Eigen plan van aanpak

U vindt hier informatie over het eigen plan van aanpak op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, die naar verwachting vanaf 1 januari 2020 gaat gelden in de geestelijke gezondheidszorg. Tot die datum geldt de Wet Bopz.

Patiënten kunnen met een eigen plan van aanpak proberen te voorkomen dat verplichte zorg via een zorgmachtiging moet worden toegepast. In het plan beschrijft de patiënt bijvoorbeeld zijn situatie, zijn hulpvraag, welke oplossingen hij daarvoor voor ogen heeft, de wensen van de familie en afspraken over gedrag, medicatie, behandeling, daginvulling, veiligheid enzovoort. De bedoeling is dat met dat plan van aanpak verplichte zorg niet meer nodig is om het ernstig nadeel weg te nemen.

Verzoek om eigen plan van aanpak

De procedure voor een eigen plan van aanpak gaat als volgt:

  • De patiënt krijgt bericht dat er een zorgmachtiging voor hem wordt voorbereid.
  • Wil hij een eigen plan van aanpak maken? Dan moet hij dat binnen drie dagen schriftelijk laten weten aan de geneesheer-directeur.
  • De officier stopt dan tijdelijk met de voorbereiding van de zorgmachtiging.
  • De geneesheer-directeur beslist binnen twee dagen of de patiënt toestemming krijgt voor een eigen plan van aanpak. Daarvoor overleg hij eerst met de officier van justitie en, als zij dat willen, met de patiënt en zijn naasten.  

De geneesheer-directeur kan toestemming alleen weigeren wanneer:

  • hij vindt dat het ernstig nadeel te groot is om vanwege een plan van aanpak te wachten met het verzoeken van een zorgmachtiging,
  • de betrokkene al eerder een plan van aanpak heeft kunnen opstellen maar dit niet lukte, of
  • wanneer een eerder opgesteld plan van aanpak niet heeft voorkomen dat er toch verplichte zorg moest worden toegepast, en de situatie nu vergelijkbaar is.

Toestemming voor het eigen plan van aanpak

Geeft de geneesheer-directeur groen licht voor het opstellen van een plan van aanpak? Dan heeft de patiënt veertien dagen de tijd om dit plan op papier te zetten. Hij kan zich laten bijstaan door familieleden of naasten. Ook de zorgverleners en de geneesheer-directeur kunnen hierbij betrokken worden, als zij hiermee instemmen.

De geneesheer-directeur houdt in de gaten of het de patiënt lukt het eigen plan op te stellen. Als het te lang duurt of als het slechter gaat met de patiënt, zal de geneesheer-directeur overleggen met de officier van justitie en de vertegenwoordiger van de patiënt. Dit kan er toe leiden dat de voorbereiding van de zorgmachtiging eerder wordt hervat. De geneesheer-directeur stelt de patiënt en zijn vertegenwoordiger daarvan schriftelijk op de hoogte en geeft daarbij gemotiveerd aan hoe hij tot dit besluit is gekomen.

Is het eigen plan van aanpak gereed?

De geneesheer-directeur beoordeelt of het eigen plan van aanpak het risico op ernstig nadeel zal wegnemen. Dat doet hij onder meer aan de hand van een medische verklaring van een onafhankelijk psychiater. Zo ja, dan overlegt hij daarover met de officier van justitie, en kan het zijn dat de officier van justitie de procedure voor een zorgmachtiging definitief stopzet.

Zo nee, dan wordt de voorbereiding van de zorgmachtiging hervat. In dat geval zal de zorgverantwoordelijke samen met de patiënt en zijn vertegenwoordiger een zorgplan opstellen. Daarvoor zal hij ook overleg plegen met de voor continuïteit van zorg relevante familie en naasten, zorgverleners, zo mogelijk de huisarts, en – als resocialisatie onderdeel is van het zorgplan – de gemeente. Tijdens het opstellen van het zorgplan heeft de patiënt ook voldoende ruimte om zijn voorkeuren kenbaar te maken. Ook kan hij zich laten bijstaan door een familielid of naaste en een patiëntenvertrouwenspersoon.