De Wet zorg en dwang en COVID-19

Op deze pagina vindt u informatie over hoe om te gaan met de Wet zorg en dwang in relatie tot COVID-19.

Hoe om te gaan met de regels van de Wet zorg en dwang tijdens COVID-19?

Zorgaanbieders moeten goede zorg leveren. Zij dienen in het kader van het verlenen van goede zorg hun cliënten te beschermen tegen een mogelijke infectie met COVID-19. In deze periode, waarin beperkende maatregelen worden geadviseerd en door de regering worden opgelegd en soms drastische maatregelen nodig zijn om risico’s voor kwetsbare cliënten te vermijden, blijft goed hulpverlenerschap voorop staan. Hierbij blijft het streven om zo veel als mogelijk oog te blijven houden voor het leveren van goede persoonsgerichte zorg.

Voor individuele vrijheidsbeperkende maatregelen geldt de Wzd als uitgangspunt. De juiste professionele afwegingen moeten worden gemaakt over welke zorg het beste passend is, ook ten aanzien van onvrijwillige zorg, de daarbij behorende procedures en de beschikbare capaciteit van zorgpersoneel. Hierbij kan gedurende de pandemie in uitzonderlijke gevallen worden afgeweken van het stappenplan uit de Wzd, namelijk als het niet mogelijk is het stappenplan te volgen. Concreet kan gedacht worden aan situaties waarbij er bijvoorbeeld door onderbezetting en capaciteitsproblemen als gevolg van COVID-19, het gebruikelijke MDO niet in volle omvang geregeld kan worden, of aan de naleving van evaluatietermijnen en aan de inzet van de daarbij benodigde zorgverleners, zoals bijvoorbeeld de externe deskundigen. 

In hoofdstuk Va van de Wet publieke gezondheid (de Tijdelijke wet Covid-19) staan tijdelijke bepalingen in verband met de bestrijding van de epidemie COVID-19. Voor zover collectieve maatregelen worden genomen op basis van dit hoofdstuk, gelden de besluiten van de overheid. Zo hoeven zorgaanbieders bijvoorbeeld niet het stappenplan te doorlopen om de toegang tot een publiek toegankelijk restaurant te ontzeggen. Deze beperkingen gelden immers voor alle inwoners van Nederland. Er zijn diverse adviezen en handreikingen opgesteld die handvatten bieden aan de zorgaanbieders om uitvoering te geven aan de RIVM-adviezen. Deze adviezen en handreikingen gelden als richtinggevend voor de goede zorgverlening. Naast veiligheid dient er voldoende aandacht te zijn voor kwaliteit van leven. 

In artikel 58o van de Wet publieke gezondheid staan in dit verband bepalingen die specifiek zien op zorgaanbieders of zorglocaties. Hierin is onder meer geregeld dat beperkingen of voorwaarden gesteld kunnen worden aan de toegang van personen tot een zorglocatie. Hierbij is wel geborgd dat er ten minste één familielid of naaste toegang heeft. In dit artikel zijn geen regels gesteld over het verlaten van het terrein van een instelling. Op basis van deze Tijdelijke wet kunnen hieraan dus geen beperkingen worden gesteld en gelden voor het verlaten van het terrein van een instelling door bewoners dan wel cliënten de algemene regels. Bewoners/cliënten kunnen niet worden beperkt in het verlaten van het terrein, anders dan door algemeen geldende coronaregels voor geheel Nederland. Daarnaast geldt dat de CVP, ook in coronatijd, toegang heeft tot de cliënten. 

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) benadrukt dat zorgverleners gedurende de corona-pandemie  de ruimte hebben om de zorg op afwijkende manieren te organiseren voor zover dat nodig is. De zorgaanbieder moet in elke situatie in samenspraak met betrokkenen een zorgvuldige afweging maken en dit vastleggen. De inspectie vindt het belangrijk dat zorgaanbieders altijd een zorgvuldige afweging maken tussen de veiligheid van de cliënt en de veiligheid van de groep én de kwaliteit van leven van de individuele cliënt en het bieden van persoonsgerichte zorg. Dit betekent dat zorgaanbieders maatwerk moeten bieden en de inbreng van cliënten (en hun vertegenwoordigers) nadrukkelijk moeten meenemen in de besluitvorming. De bestuurder is en blijft eindverantwoordelijk voor de afwegingen die worden gemaakt en het leveren van zo goed mogelijke en veilige zorg. Belangrijk hierbij is dat zorgaanbieders ook de cliëntenraden goed betrekken.
 

Begrijpelijke taal

Het is van belang om de maatregelen die worden getroffen in toegankelijke taal uit te leggen aan de cliënten die het betreft. Zij hebben immers recht om te weten waarom deze maatregelen worden genomen. Dit kan bijdragen aan het tegengaan van verzet, en levert betere, veiligere zorg op.

Zo is er een Steffi ontwikkeld waarin in begrijpelijke taal wordt uitgelegd wat je wel en wat je niet moet doen om ervoor zorgen dat jij en anderen niet ziek worden.

Ook heeft ondere andere VGN informatie voor cliënten  op hun website beschikbaar.

De rol van de cliëntenvertrouwenspersoon (cvp)

Cliënten kunnen ook tijdens deze periode een beroep doen op de cliëntenvertrouwenspersoon (cvp). Deze kan de cliënt bijvoorbeeld ondersteunen bij het uiten en bespreken van eventuele onvrede over onvrijwillige maatregelen die als gevolg van Corona zijn getroffen. In de Tijdelijke wet maatregelen COVID-19 is opgenomen dat toegang in verband met het horen van een cliënt en toegang van advocaten en cliëntenvertrouwenspersoon in het kader van de Wzd niet geweigerd mag worden. 
Meer informatie vindt u op de website van de Rijksoverheid

Meer informatie over de cliëntenvertrouwenspersoon en hoe u in contact kunt komen vindt u hier

Kan er zonder een besluit tot opname en verblijf toch opgenomen worden?

Informatie over onvrijwillige opname gedurende de COVID-19 crisis is te vinden op de website van het CIZ.