Overgangsrecht Bopz-Wvggz

De Wet Verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) gaat naar verwachting op 1 januari 2020 gelden. Deze wet regelt de rechten van mensen die te maken hebben met verplichte zorg in de GGZ.  Tot die datum geldt de Wet Bopz.

In de Wvggz is een overgangsperiode opgenomen voor alle Bopz-procedures die lopen op het moment dat de Wvggz van kracht wordt. Ook is geregeld hoe wordt omgegaan met Bopz-machtigingen die dan nog gelden. In de tekst hieronder wordt uitgegaan van de voorgenomen inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2020.

Bestaande machtigingen

De Wet Bopz blijft van toepassing op alle machtigingen die verleend zijn voor 1 januari 2020, behalve de last tot inbewaringstelling en de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling. Dat gaat dus om voorlopige machtigingen, voorwaardelijke machtigingen, machtigingen voor voortgezet verblijf, machtiging op eigen verzoek en de zelfbindingsmachtiging. Deze overgangsperiode geldt zolang de machtiging geldig is, maar maximaal twaalf maanden, dus uiterlijk tot 1 januari 2021.

De Wvggz gaat wel direct gelden in de volgende situaties.

  • De last tot inbewaringstelling die op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wvggz  nog niet is verstreken, wordt vanaf dat moment als crisismaatregel behandeld. Dit is met name van belang als een machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel wordt overwogen.
  • Een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling die op 1 januari 2020 nog niet is verstreken, wordt voor de toepassing van de Wvggz behandeld als machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel. Dit laatste is vooral van belang wanneer in aansluiting daarop een zorgmachtiging wordt overwogen.

Lopende verzoeken

De Wet Bopz blijft ook gelden voor:

  • verzoeken voor een machtiging op grond van de Wet Bopz die zijn ingediend voor 1 januari 2020, en de daarop volgende beslissing;
  • de voor 1 januari 2020 gestarte voorbereidingen voor een inbewaringstelling (IBS), en de daarop volgende beslissing;
  • verzoeken om een beslissing van de officier van justitie, de rechter, de inspecteur, de geneesheer-directeur of de klachtencommissie die op grond van de Wet Bopz zijn ingediend;
  • gedragingen en beslissingen ten aanzien van patiënten die een geldige machtiging of last tot IBS op grond van de Wet Bopz hebben.

Wat betekent dit voor de zorg?

Voor machtigingen die vallen onder het overgangsrecht blijft de interne rechtspositie van de Wet Bopz van toepassing. Dat betekent dat de toepassing van dwangbehandeling alleen kan zoals dat is geregeld in de Wet Bopz. 

Overgang naar Wvggz

Loopt een machtiging vanuit de Bopz af gedurende de overgangsperiode en is een nieuwe machtiging nodig? Dan moet een zorgmachtiging aangevraagd worden op grond van de Wvggz. Dit geldt dus voor Bopz-machtigingen die aflopen tussen 1 januari 2020 en 1 januari 2021.

Op 1 januari 2021 vervallen alle Bopz-machtigingen die op dat moment nog lopen. Die machtigingen moeten op tijd, dus vóór 1 januari 2021, omgezet worden naar een zorgmachtiging op grond van de Wvggz.