Kan mijn naaste wonen in een VB-instelling?

Om te wonen in een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking is een indicatie nodig voor zorg uit de Wet langdurige zorg. Uw naaste krijgt die indicatie als hij zijn leven lang 24 uurszorg of voortdurend toezicht nodig heeft.

Een vrijwillige opname

Bij een vrijwillige opname wil uw familielid zelf naar een instelling verhuizen. Hij moet minimaal 16 jaar zijn om zelf toestemming te geven.

  • Uw naaste kan alleen toestemming geven als hij goed begrijpt wat zo'n verhuizing betekent.
  • Wonen in een zorginstelling heeft voor- en nadelen. Het is belangrijk dat u die bespreekt met uw naaste, zodat hij een goede keuze kan maken.
  • Als hij hierover niet zelf kan besluiten, is er geen sprake van een vrijwillige opname.

Wat gebeurt er als een vrijwillige opname niet mogelijk is?

Er kan een moment komen dat u een opname van uw familielid noodzakelijk vindt, terwijl uw familielid daar niet zelf voor kan kiezen.

Dan is een indicatie met Bopz-toets nodig van het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ). De huisarts of een zorginstelling kan dit aanvragen.

Een medewerker van het CIZ komt bij uw naaste op huisbezoek. Het CIZ kan dan vaststellen dat:

  • Uw familielid niet zelf kiest voor een opname, maar zich er ook niet tegen verzet. Dan is een opname 'zonder instemming, zonder verzet' (artikel 60 Wet Bopz) mogelijk. Het CIZ geeft hiervoor dan een indicatie.
     
  • Uw familielid níet in een instelling wil wonen. Hij verzet zich door 'nee' te zeggen of op een andere manier te laten merken dat hij niet wil. Dan kan een gedwongen opname met een rechterlijke machtiging of een inbewaringstelling aan de orde zijn. Het CIZ beslist hier niet over.

Heeft uw naaste een wettelijk vertegenwoordiger?

Is uw familielid wilsonbekwaam voor beslissingen over de zorg? Dan heeft hij een vertegenwoordiger die belangrijke beslissingen voor hem neemt.

De vertegenwoordiger kan echter niet beslissen dat uw naaste opgenomen moet worden. Dat kan alleen via een artikel 60-procedure een gedwongen opname .

De vertegenwoordiger is wel betrokken bij de afspraken die in het zorgplan komen te staan. Uw familielid beslist altijd zelf als hij de keuze goed kan overzien en snapt welke gevolgen zijn beslissing heeft.

Kan mijn naaste weer weg als hij spijt krijgen van de opname?

Voelt uw naaste zich niet prettig in de instelling? Dan kan hij dit het beste bespreken met zijn begeleider in de instelling. Als familielid kunt u bij dit gesprek zijn. Komt u er samen niet uit? Dan kan uw naaste aangeven dat hij wil verhuizen.

Meestal zijn er twee mogelijkheden:

  • Weer thuis bij de familie gaan wonen.
  • Naar een andere zorginstelling verhuizen. Het zorgkantoor kan helpen een andere zorginstelling te vinden.

Wat gebeurt er als uw naaste geen nieuwe plek vindt?

Uw naaste kan alleen uit de instelling weg als hij een goede plek heeft gevonden om te gaan wonen.

  • Is die plek (nog) niet gevonden? Bespreek dan met uw naaste dat hij (nog) niet weg kan.
  • Wil hij dan tóch gaan, dan kan het nodig zijn om in te grijpen. U kunt dan een procedure voor een gedwongen opname in gang zetten. De zorginstelling kan dit ook doen.