Huisregels in een VB-instelling

Huisregels worden gemaakt om zo prettig mogelijk met elkaar te wonen. Huisregels mogen alleen algemene zaken regelen, er staan geen individuele afspraken in. Iedere zorginstelling is verplicht om huisregels te maken.

Huisregels zijn verplicht

Iedere instelling met een Bopz-aanmerking is verplicht om huisregels te hebben; dit is geregeld in de Wet Bopz. Cliënten en familieleden kunnen de instelling vragen om ze op te stellen als de instelling geen huisregels heeft. Dit gaat meestal in overleg met de cliënten- en familieraad.

Hoe weet een cliënt wat de huisregels zijn?

Iedere cliënt hoort bij de opname de huisregels te krijgen. Dat kan op papier, maar minstens zo belangrijk is een begrijpelijke uitleg van de afspraken.

Als de cliënt een curator of mentor heeft, moet u ervoor zorgen dat hij de huisregels ook krijgt.

Wat staat er in de huisregels?

Huisregels mogen alleen algemene zaken regelen met betrekking tot het wonen en de omgang met elkaar. De huisregels mogen de vrijheid van cliënten niet verder beperken dan nodig is om op een prettige manier met elkaar samen te leven.

Voorbeelden van zaken die in huisregels geregeld kunnen worden zijn:

  • afspraken over tijden dat het stil moet zijn;
  • afspraken over samen eten;
  • afspraken over het ontvangen bezoek.

Wat mag niet in de huisregels staan?

In huisregels mogen geen beperkingen voor individuele personen staan. Ook mogen belangrijke (fundamentele) rechten niet in de huisregels beperkt worden. Dat zijn:

  • het ontvangen en verzenden van post;
  • het voeren van telefoongesprekken;
  • het ontvangen van bezoek;
  • bewegingsvrijheid in en rond de instelling.

Huisregels mogen deze rechten niet verder beperken dan nodig is om prettig met elkaar te kunnen leven. Als verdergaande beperkingen noodzakelijk zijn, moet de behandelaar die opnemen in het zorgplan van de cliënt.

Wie bepaalt wat er in de huisregels staat?

De directie van de instelling is verantwoordelijk voor het opstellen van de huisregels en bepaalt wat er in staat.

De huisregels moeten voldoen aan de eisen van de wet Bopz. Om instellingen daarbij te helpen heeft de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) de nota 'Handreiking Huisregels' (PDF) geschreven.

Cliëntenraad heeft invloed op de huisregels

De huisregels worden meestal in overleg met de cliëntenraad opgesteld. Het is belangrijk dat de cliëntenraad met de huisregels instemt om genoeg draagvlak te krijgen. Elke instelling is wettelijk verplicht om een cliëntenraad te hebben. De cliëntenraad komt op voor de belangen van cliënten en praat mee over het beleid van de instelling.

Als cliënten opmerkingen hebben over de huisregels, is het goed om die bezwaren te bespreken. U kunt de cliënt verwijzen naar de cliëntenraad als hij er werk van wil maken.

Wie moeten zich aan de huisregels houden?

Cliënten, bezoekers en de zorgverleners moeten zich aan de huisregels houden. Het is natuurlijk wel van belang dat er alleen zaken in de huisregels staan die daar ook thuishoren.

Ook als zorgverlener moet u zich aan de huisregels houden. Bijvoorbeeld als er tijden zijn afgesproken dat het stil moet zijn op de afdeling.

Maatregelen bij overtreding

Als iemand zich niet houdt aan de huisregels en overlast veroorzaakt voor medecliënten, dan mag u maatregelen nemen om dit te stoppen. De maatregelen moeten bedoeld zijn om het gedrag te stoppen en mogen dus geen straf zijn.

Afwijken van de huisregels

Het is niet zo dat iedereen zich altijd aan de huisregels moet houden. In overleg kan hier best van worden afgeweken. Bijvoorbeeld als de huisregels iemands belangen te veel schaden of als een cliënt zich er niet prettig bij voelt. Een cliënt kan bijvoorbeeld alleen op zijn kamer willen eten, of andere etenstijden hebben omdat hij 's avonds gaat sporten.

Klacht over de huisregels

Het kan zijn dat een cliënt het echt niet eens is met een huisregel. Probeer dan om samen tot overeenstemming te komen. Als dat niet lukt, kan de cliënt een klacht indienen.

  • Hij kan zelf een klacht indienen, of iemand laten helpen (bijvoorbeeld een familielid of de cliëntvertrouwenspersoon).
  • Niet iedere cliënt weet dat er een cliëntvertrouwenspersoon is; u kunt hem helpen door uit te zoeken hoe en wanneer de cliëntvertrouwenspersoon bereikbaar is.