Privacy en persoonlijke eigendommen in een VG-instelling

Bewoners van een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking hebben vaak een eigen kamer, maar niet altijd. Als zorgverlener moet u zo veel mogelijk rekening houden met de privacy van uw cliënten.

Hebben cliënten recht op een eigen kamer?

In de meeste instellingen hebben cliënten wel een eigen kamer, maar in sommige oudere gebouwen is dat niet het geval. De instelling is niet verplicht om voor individuele kamers te zorgen.

Afsluitbare kast

Wel moet iedere cliënt een eigen bed en een (afsluitbare) kast hebben. Hier is de instelling voor verantwoordelijk. Overige spullen zijn voor rekening van uw cliënt en/of zijn familie.

Privacy voor cliënten

Waar mogelijk moet u de privacy van cliënten respecteren. U mag op de kamer van een cliënt komen voor de benodigde zorg of begeleiding, maar het is goed als u even aanklopt of laat weten dat u de kamer binnen komt.

Mogen cliënten de deur van hun kamer op slot doen?

Cliënten mogen de deur van hun kamer op slot doen als zij dat wensen. Het kan nodig zijn dat de deur open blijft in verband met de benodigde zorg. Dit wordt dan in het zorgplan vermeld. In noodgevallen kunt u met een reservesleutel de afgesloten deur van de kamers open maken.

Een afgesloten deur kan onveilig zijn

Het kan onveilig zijn om de deur op slot te hebben. Denk bijvoorbeeld aan brandgevaar: als de kamerdeuren ’s nachts op slot zijn terwijl er brand uitbreekt, is het lastiger om mensen te evacueren. Als een cliënt per se ’s nachts de deur op slot wil, dan moet hij daar afspraken over maken met de instelling.

Schoonmakers mogen de kamers in

De schoonmakers hebben meestal sleutels zodat zij de kamers schoon kunnen maken. Als een cliënt geen schoonmakers op zijn kamer wil, dan moet hij (of de familie) zelf de kamer schoon houden. Dit moet gebeuren aan de hand van de normen die de instelling stelt.

Mogen bezoekers altijd op de kamer komen?

Ook directbetrokkenen moeten de privacy van hun naasten respecteren. Hun naaste mag dus weigeren hen op zijn kamer te ontvangen.

Het kan zijn dat een directbetrokkene goede redenen heeft om toch naar binnen te willen. Hij moet daarover dan overleggen met de instelling. 

De vertegenwoordiger heeft niet altijd toestemming nodig

De wettelijk vertegenwoordiger mag wel zonder toestemming de kamer binnen gaan, maar alleen als hij daar erg goede redenen voor heeft en als uw cliënt de gevolgen van zijn verzet niet kan overzien.

Persoonlijke eigendommen

Cliënten mogen hun eigen spullen meenemen naar de instelling. Ze moeten er wel rekening mee houden dat de spullen op hun eigen kamer komen te staan.

Het kan zijn dat de cliënt de kamer met iemand deelt, en dan is de mogelijkheid om eigen spullen mee te nemen beperkt.

Persoonlijke spullen in de gemeenschappelijke ruimte

Het kan zijn dat uw cliënt iets in een gemeenschappelijke ruimte wil neerzetten, bijvoorbeeld een stoel waar hij graag op zit. Of dat hij er een schilderij wil ophangen. Dit kan alleen in overleg met de medebewoners en de begeleiders.

De gemeenschappelijke ruimte is immers van en voor iedereen die daar woont. Vaak is er veel mogelijk, maar het geen recht.

Eigendom

Alles wat uw cliënt meeneemt blijft zijn eigendom. Het is belangrijk dat hij kostbare spullen goed bewaart, bij voorkeur in een afgesloten ruimte. Vaak is het mogelijk om kostbare spullen bij de begeleiding in bewaring te geven.

Inboedelverzekering

De meeste instellingen hebben een collectieve inboedelverzekering afgesloten. Persoonlijke eigendommen zijn dan automatisch meeverzekerd. Het is wel verstandig om eventuele dure spullen apart te verzekeren. Het beste kunt u dit overleggen met uw cliënt of zijn familie, om latere problemen te voorkomen.