Kan mijn naaste gaan en staan waar hij wil als hij in een VB-instelling woont?

Uw naaste is vrij om in en buiten de instelling voor mensen met een verstandelijke beperking te bewegen. Hij mag het terrein af wanneer hij dat wil. Alleen bij een gedwongen opname moet de behandelaar toestemming als uw naaste van het terrein af wil.

Geen beperking van de bewegingsvrijheid

Bij een vrijwillige opname mag uw naaste gaan en staan waar hij wil, als hij daar zelf toe in staat is. De instelling kan afspraken maken over hoe vaak hij weg gaat en op welke tijden, maar uw naaste hoeft daar niet aan mee te werken. 

Bij een gedwongen opname mag uw naaste alleen met toestemming van de behandelaar van het terrein af. De behandelaar kan ook bepalen dat uw naaste niet alleen van de afdeling af mag of alleen met een begeleider op het terrein van de instelling mag rondlopen. Dit is een beperking van de bewegingsvrijheid.

Wil uw naaste weg uit de instelling?

Als uw naaste vrijwillig is opgenomen mag hij weg gaan wanneer hij dat wil. De begeleiders mogen hem dan niet tegenhouden, tenzij er sprake is van gevaar.

De behandelaar moet dan eerst een inbewaringstelling (ibs) aanvragen. Zodra die aanvraag weg is, mogen de begeleiders uw naaste tegenhouden, bijvoorbeeld door hem letterlijk vast te houden. Zij hoeven niet te wachten tot de ibs is toegekend.

Bewegingsvrijheid tijdens een gedwongen opname

Bij een gedwongen opname kunnen er afspraken zijn over de bewegingsvrijheid van uw naaste. Hij moet zich houden aan eventuele beperkingen. Doet hij dat niet, dan mogen de begeleiders hem tegenhouden, en zo nodig vastpakken.

Als uw naaste toch zonder toestemming de instelling verlaat, dan kan de instelling de politie inschakelen. De politie gaat dan op zoek naar uw naaste en kan hem onder dwang terugbrengen naar de instelling.