Automutilatie bij cliënten in een VB-instelling

Automutilatie wil zeggen dat iemand zichzelf verwondt. Bijvoorbeeld door zijn huid tot bloedens toe open te krabben of door met zijn hoofd ergens tegen aan te bonken. Automutilatie is een van de lastige gedragsproblemen.

Ernstig probleem

Zelfverwonding is natuurlijk een probleem voor de cliënt zelf. Het kan ernstige lichamelijke gevolgen hebben. Soms is automutilatie een signaal dat er iets anders aan de hand is, bijvoorbeeld lichamelijke klachten of een ziek gevoel. Ook kan het te maken hebben met (emotionele) verwaarlozing en verveling.

Probleem voor de omgeving

Automutilatie is ook een ernstig probleem voor de omgeving. Zowel het gedrag zelf als de gevolgen zijn moeilijk aan te zien voor directbetrokkenen, huisgenoten en zorgverleners.

Oorzaak van automutilatie

Het is moeilijk om de de oorzaak van zelfverwonding te achterhalen. Het kan een signaal zijn dat de cliënt zich niet goed voelt, bijvoorbeeld omdat hij pijn heeft en daar geen aandacht voor kan vragen. Ook de omgeving kan het gedrag veroorzaken, bijvoorbeeld een slecht contact met iemand, verveling of te veel drukte om hem heen.

Automutilatie wordt vaak een terugkerend patroon. De oorspronkelijke oorzaak is er dan misschien helemaal niet meer, maar het gedrag blijft. Dan is de oorzaak helemaal moeilijk te achterhalen. En eigenlijk is die dan ook niet meer zo van belang. 

Beheersing van het probleem

Zelfverwonding kan heftige reacties oproepen. Het leidt vaak tot emotionele reacties en een sterke drang om het gedrag te beheersen. Dan wordt vaak gekeken naar beschermende maatregelen en beschermende (hulp)middelen, zoals polsbandjes of washandjes om de handen en een helm om ogen en oren te beschermen. Soms worden zelfs geneesmiddelen gegeven.

Risico van beheersen

Het klinkt misschien vreemd, maar bescherming bieden heeft ook een risico, namelijk dat u het onderliggende probleem uit het oog verliest. Waarom ontstaat de zelfverwonding, of waarom blijft het in stand? Pas op dat bescherming geen dwang wordt, zowel lichamelijk (de hulpmiddelen), als psychologisch en emotioneel. Bijvoorbeeld als een cliënt steeds minder vrijheid om te doen wat hij wil.

Beperking kan leiden tot zelfverwonding

Uit onderzoek blijkt dat meer behandeling leidt tot meer beperking. En hoe meer beperking, hoe meer zelfverwonding. Daarom is het beter om (ook) te kijken hoe uw cliënt zich beter kan gaan voelen.

Kunt u hem bijvoorbeeld meer keuzevrijheid geven, ook al is dat bij kleine dingen? Die lijken voor u misschien onbelangrijk, maar als je nooit iets te kiezen hebt is een kleine keuze al heel veel waard. Is meer afwisseling mogelijk, of heeft uw cliënt juist meer behoefte aan rust?

Iedere persoon is uniek en het is de kunst om uit te vinden hoe iedereen zich zo prettig mogelijk voelt.

Individuele aanpak

Er is geen standaard handleiding om zelfverwonding aan te pakken. Het is in ieder geval belangrijk dat u en de directbetrokkenen goed letten op eventuele lichamelijke klachten en nagaan of de cliënt misschien slecht ziet of slecht hoort.

Onderdrukken van zelfverwonding met medicatie moet zo veel mogelijk voorkomen worden. De medicijnen verhelpen de oorzaak niet en ze hebben vaak vervelende bijwerkingen, waardoor de kans bestaat dat de automutilatie juist toeneemt.

Minder ingrijpende alternatieven

Als vrijheidsbeperkende middelen echt noodzakelijk zijn, zoek dan naar veilige alternatieven.

  • Vervang middelen met een risico op verstikking of afknelling door minder gevaarlijke middelen, zoals een gecapitonneerde box, bed of wanden, een gepolsterde veiligheidshelm enzovoort.
  • Werk aan een goede balans tussen positieve aandacht (aanwezigheid) en distantie (afstand, kalmte).
  • Zorg voor een evenwicht tussen activiteiten en rust.
  • Creëer de voorwaarden voor goede nachtrust
  • Signaleer lichamelijke klachten (pijn!) en beperkingen (zintuigen!) en pak deze zo mogelijk aan.