Mijn naaste heeft een verstandelijke beperking en reageert vijandig of agressief

Vijandigheid, schelden, agressie en ander negatief gedrag kunnen een uiting zijn van bijvoorbeeld problemen in de communicatie of van lichamelijke problemen.

Vijandigheid en verzet

Vijandigheid en verzet hebben bijna altijd een goede verklaring. Het hoort in principe niet bij het syndroom of de ontwikkelingsstoornis die de verstandelijke beperking veroorzaakt. Een uitzondering is een verworven hersenbeschadiging. Daarbij kan vijandigheid wel voortkomen uit de hersenbeschadiging.

Het is dus belangrijk om uit te zoeken waarom uw familielid vijandig doet, en niet te denken 'dat het er bij hoort'. Zeker als uw naaste niet met woorden kan vertellen wat er in hem om gaat.

Negatieve gevoelens zetten de relatie onder druk

Vijandigheid, onbegrepen boosheid, agressie en zelfbeschadiging zijn heel vervelend, voor u én voor uw familielid zelf. Het zet de relatie erg onder druk.

Het is erg moeilijk om zelf positief of zelfs neutraal te blijven als uw familielid vijandig is. Het is logisch dat een negatieve sfeer uw eigen gevoelens en uw manier van praten beïnvloedt. Het moeilijk om dit te veranderen, maar dat helpt wel. De eerste stap is om u hier van bewust te zijn.

Omgaan met vijandigheid

Is er geen duidelijke oorzaak voor vijandigheid? Zie het dan als een teken van moeizame communicatie, door welke oorzaak dan ook. Ga ervan uit dat de vijandige houding, het verzet, de afweer en de boosheid een boodschap in houden. Denk na over:

  • Hoe ervaart uw familielid zijn leefwereld en zou hoe u daarop kunnen inspelen?
  • Hoe voelt hij zich, mentaal en lichamelijk?
  • De kwaliteit van de communicatie: lukt het om contact te maken, of wilt u daar ondersteuning bij?
  • Hoe verloopt contact met uw familielid het beste: ondersteunend met begrip en warmte, of juist met meer afstand en sturend zonder emoties te laten zien?
  • De omgeving: is zijn leefruimte overzichtelijk en kunt u hem (hoe klein dan ook) invloed geven?

Lichamelijke oorzaken voor vijandigheid

Het is belangrijk om te laten onderzoeken of er een lichamelijke oorzaak is voor het vijandige gedrag. Denk bijvoorbeeld aan een ziekte en langdurig medicijngebruik, maar ook aan problemen met zien of horen.

Woede-uitbarstingen en agressie

Agressie en woede-uitbarstingen maken veel indruk. Het is lastig om goed te reageren op agressief gedrag. Het kan helpen als u begrijpt waar het gedrag vandaan komt.

Oorzaken van woede en agressie

Agressie en woede-uitbarstingen lijken vaak uit het niets te komen. Toch is er meestal wel een oorzaak.

  • Vaak is er sprake van een communicatieprobleem. Uw familielid wil iets duidelijk maken, hij heeft bijvoorbeeld ergens last van of hij is ergens bang voor. Dat kan best iets kleins zijn, wat voor u onbelangrijk lijkt.
  • Het kan ook zijn dat uw familielid graag aandacht wil, maar geen reactie krijgt van mensen om hem heen. Ook dat kan frustratie en vervolgens agressie veroorzaken.

Omgaan met woede

Goed reageren op woede is helemaal niet gemakkelijk. Maar het is wel belangrijk. Want de manier waarop u reageert, heeft invloed op uw familielid. Het vermindert de agressie, of verergert het juist. 

Agressie is dus meestal niet iets van uw familielid alleen, al lijkt dat misschien wel zo. Het heeft vaak te maken met de relatie tussen uw familielid en zijn omgeving. Met iets wat hem stoort, of met de manier waarop mensen met hem omgaan.

Onderzoek door een gedragsdeskundige

U kunt met een gedragsdeskundige bespreken waar de agressie vandaan komt en wat u het beste kunt doen. Enkele aandachtspunten daarbij zijn:

1. Over uw familielid

  • Heeft  hij vaker woede-uitbarstingenof is dit plotseling ontstaan?
  • Heeft uw familielid last van een ziekte, pijn, of gebruikt hij medicijnen die het gedrag beïnvloeden?
  • Is uw familielid bang voor iemand of stoort hij zich aan bepaalde personen?
  • Op welke manier is communicatie mogelijk? Is hier iets in veranderd?
  • Hoe kan uw familielid het beste benaderd worden? Is dit goed beschreven in het zorgplan en weten zorgverleners ervan?
  • Heeft uw familielid ergens behoefte aan, zoals afleiding, meer sociaal contact, meer slaap, meer rust, enzovoort?

2. Over zijn omgeving

  • Leeft uw familielid in een ruimte/woning die hij prettig vindt?
  • Is er goed gekeken op welke manieren uw familielid (enige) invloed kan hebben op zijn omgeving? En wordt daaraan voldaan?

3. Over de mensen eromheen

  • Voelen huisgenoten en begeleiders/verzorgers zich veilig in de buurt van uw familielid?
  • Weet u als directbetrokkene wat u moet doen als uw familielid agressief wordt?
  • Weten de begeleiders wat ze moeten en mogen doen en wat juist niet?
  • Heeft de instelling genoeg aandacht voor gedragsproblemen?
  • Is er genoeg aandacht voor veiligheid in de instelling?

(Nood)maatregelen in een acute situatie

Als uw familielid in een zorginstelling woont, is er een zorgplan waarin eventuele noodmaatregelen beschreven staan.

  • In het zorgplan staat hoe zorgverleners een woede-uitbarsting van uw familielid kunnen zien aankomen en wat zij in zo'n situatie moeten doen.
  • Het bieden van afleiding heeft altijd de voorkeur.
  • In een noodgeval kan een dwangmaatregel onvermijdelijk zijn. Het is uiteraard belangrijk dat de zorgverleners hier heel zorgvuldig mee omgaan. Dwang is een laatste redmiddel dat men altijd moet proberen te voorkomen.