Medicatie weigeren

Cliënten kunnen weigeren medicijnen in te nemen. Het is dan van belang te bespreken wat de bezwaren zijn.

Cliënten kunnen zich om verschillende redenen verzetten tegen medicijnen. Vaak gaat het bijwerkingen of het gevoel niet meer 'jezelf te zijn'. Soms gaat het om de toedieningsvorm.

Het is mogelijk om andere medicatie, een andere dosering of een andere vorm van zorg te zoeken.

Verzet tegen medicatie bij ernstige beperkingen

Ook cliënten met een ernstige verstandelijke beperking of vergevorderde dementie kunnen zich duidelijk verzetten tegen medicatie. 

Dan moet een arts vaststellen of de medicijnen echt noodzakelijk zijn:

  • Wat gebeurt er als de cliënt het geneesmiddel niet gebruikt?
  • Is er een andere toedieningsvorm, die de cliënt wel accepteert?
  • Hoe erg is het als de klacht of aandoening langer gaat duren? Komt er blijvend ernstig nadeel van?
  • Zijn er redelijke alternatieven?

Wilsonbekwaam voor beslissingen over medicatie

Een belangrijke vraag is of de cliënt wilsbekwaam is op het punt van medicijngebruik. Een arts kan dit vaststellen.

Als een cliënt niet zelf kan beslissen over medicatie, neemt de wettelijk vertegenwoordiger die verantwoordelijkheid over. De wettelijk vertegenwoordiger:

  • Is het aanspreekpunt voor de arts die over de medicatie beslist.
  • Kan medicatie niet tegenhouden. Bij wilsonbekwame cliënten beslist de arts over de medische behandeling.
  • Kan wel zijn mening geven. De arts zal die mening meenemen in zijn beslissing.

Ook als een cliënt wilsonbekwaam is, blijft zijn mening meetellen. Verzet tegen de medicijnen is dan een reden om extra kritisch te kijken of de medicijnen echt nodig zijn.

Gedwongen medicatie

De arts kan besluiten om de medicatie tegen de zin van de cliënt toch te geven. Er is dan sprake van dwangmedicatie. Dit is mogelijk op grond van twee wetten: de WGBO en de Bopz.

  • Bij gedwongen medicatie voor een lichamelijke aandoening is er sprake van dwang op grond van de WGBO (behandeling zonder toestemming).
  • Als de cliënt tegen zijn zin gedragsmedicatie krijgt, is er sprake van gedwongen medicatie op grond van de Wet Bopz.

Medicatie door het eten of drinken

Wanneer een cliënt met een verstandelijke beperking of dementie moeite heeft met medicatie innemen, kan het helpen om de medicijnen door het eten te roeren. Dat is geen probleem als de cliënt het daar zelf mee eens is. Maar hoe zit het als de cliënt niet kan aangeven wat hij wil?

  • Wanneer de cliënt niet zelf kan beslissen over medicijngebruik, kan een arts hem daarvoor wilsonbekwaam verklaren.
  • Als medicatie volgens de arts medisch gezien echt noodzakelijk is, mag de medicatie in overleg met de vertegenwoordiger van de cliënt door het eten geroerd worden.
  • Er is dan sprake van dwang op grond van de WGBO (behandeling zonder toestemming)

De toepassing van dwang kan in deze situatie ook thuis plaatsvinden. De mantelzorger kan de medicatie bijvoorbeeld door het eten of drinken roeren.

Medicatie via een injectie mag alleen worden toegediend door een zorgverlener die BIG-geregistreerd is.

De afspraak over het ongemerkt toedienen van medicijnen wordt gemaakt met de wettelijke vertegenwoordiger, staat in het zorgplan en moet regelmatig worden geëvalueerd.

Verzet tegen de toedieningsvorm

Het is ook mogelijk dat een cliënt de medicijnen niet goed kan doorslikken of vies vindt smaken. Dan verzet hij zich niet tegen de medicatie, maar tegen de toedieningsvorm. De medicatie kan dan door zijn eten wordt geroerd. Het moet dan wel duidelijk zijn dat de toedieningsvorm het probleem is.