Wanneer wordt dwang in de zorg toegepast?

Dwang mag alleen als het echt niet anders kan. Dat wil zeggen: zonder de zorg of behandeling ontstaat er onacceptabel gevaar voor de cliënt zelf of voor mensen in zijn omgeving.

Wie beslist of dwang toegepast wordt?

De beslissing om dwang in te zetten moet genomen worden door de behandelend arts (een psychiater, arts verstandelijk gehandicapten of specialist ouderengeneeskunde).

Geen dwang op verzoek van de familie

Soms vragen familieleden bijvoorbeeld om medicatie of andere maatregelen. Zij willen daarmee de veiligheid voor de cliënt vergroten. Als de cliënt dat niet wil, zou het echter gaan om een dwangmaatregel. De behandelaar beslist daarover. Directbetrokkenen en de vertegenwoordiger mogen dat niet bepalen.

1. Dwang om een leven te redden of een ernstige handicap te voorkomen

Een arts mag zonder toestemming van een patiënt levensreddende handelingen doen als de patiënt op dat moment zelf niet in staat is een beslissing te nemen. De patiënt is dan wilsonbekwaam. Bijvoorbeeld omdat hij na een ongeluk niet bij kennis is, of omdat hij door een ziekte erg in de war is.

  • Er is dan sprake van dwang op grond van de WGBO. 
  • Link naar de wettekst: Art 7:466 lid 1 en lid 2 BW (Lid 1 in een noodsituatie waarin toestemming vragen niet mogelijk is; lid 2 als het gaat om niet-ingrijpende behandelingen waarbij men spreekt van veronderstelde toestemming.)

2. Dwang in een noodsituatie tijdens een gedwongen opname

Door een ziekte of beperking kan er direct gevaar ontstaan voor de patiënt zelf of voor anderen. Hulpverleners moeten dan alles doen om dit gevaar zonder dwang weg te nemen. Als het echt niet anders kan, zijn de volgende dwangmiddelen kortdurend toegestaan:

  • afzonderen/separeren
  • fixeren (vastbinden)
  • gedwongen medicatie, vocht of eten geven

Dit heet ‘het toepassen van middelen en maatregelen’. Kortdurend wil zeggen: maximaal zeven dagen.

Deze vorm van dwang is alleen toegestaan als de patiënt is opgenomen met een inbewaringstelling, een rechterlijke machtiging of, in de gehandicapten- en ouderenzorg, via een artikel 60-procedure.

Middelen en maatregelen zijn alleen toegestaan in een zorginstelling met een bopz-aanmerking.

3. Dwangbehandeling tijdens een gedwongen opname

Dwangbehandeling betekent dat iemand tegen zijn wil behandeld wordt, of tegen de wil van de vertegenwoordiger. Dit gebeurt om gevaar voor hemzelf of anderen te voorkomen. Denk bijvoorbeeld aan medicijnen die onder dwang ingespoten worden.

Ook deze vorm van dwang is alleen mogelijk tijdens een onvrijwillige opname. Bovendien moet de behandelaar die behandeling in het behandel- of zorgplan vermelden.

  • Meer informatie over dwangbehandeling.
  • Link naar wettekst: Art  38c Wet Bopz (dwangbehandeling in de GGZ) en Artikel 38 lid 5 (dwangbehandeling in een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking of in een verpleeghuis).

Dwang thuis is niet toegestaan

Dwang is alleen toegestaan in een instelling met een Bopz-aanmerking. Thuis mag geen dwang in de zin van de Bopz worden toegepast, niet bij psychiatische patiënten, niet bij mensen met een verstandelijke beperking en niet bij mensen met dementie.