Wat zijn middelen en maatregelen?

Middelen en maatregelen zijn dwangmaatregelen om een noodsituatie op te lossen. Ze mogen alleen ingezet worden als het echt niet anders kan.

Wat zijn middelen en maatregelen?

  • Afzondering: de cliënt moet in een kamer blijven met alleen een bed, een tafel, een stoel, een kast en een wastafel. De deur is op slot.
  • Separatie: de cliënt moet in een kale kamer blijven met alleen een matras en een deken. De deur is op slot. Separatie is alleen toegestaan in de GGZ, niet in de ouderen- en gehandicaptenzorg.
  • Fixatie: de cliënt wordt vastgebonden op een stoel of bed.
  • Medicatie: de cliënt krijgt tegen zijn wil kortwerkende medicatie.
  • Toediening van vocht en voedsel: de cliënt krijgt onder dwang vocht of voedsel binnen door middel van een infuus of slangetje via de neus naar de maag (sonde).

Alleen toegestaan in een noodsituatie

Middelen en maatregelen zijn alleen toegestaan in een noodsituatie, als het echt niet anders kan. Voorwaarden zijn:

  • De situatie is niet opgenomen in behandelplan.
  • Ingrijpen is absoluut nodig om gevaar af te wenden.
  • De middelen en maatregelen moeten zo kort mogelijk duren. Nooit langer dan 7 dagen.

Is langer ingrijpen noodzakelijk, dan moet de behandelaar de 'middelen en maatregelen' opnemen in het behandelplan of zorgplan. Zo mogelijk overlegt de behandelaar hierover met de cliënt of zijn vertegenwoordiger.

Zie art 39 Wet Bopz en het Besluit Middelen en Maatregelen.

Niet thuis of bij een vrijwillige opname

Middelen en maatregelen zijn alleen toegestaan als de cliënt:

Ontstaat er een noodsituatie bij een vrijwillig opgenomen cliënt? Dan zijn middelen en maatregelen alleen toegestaan als de behandelaar eerst een ibs of rm aanvraagt.

Na 7 dagen: opname in het behandelplan

Middelen en maatregelen mogen maximaal 7 dagen duren. Is de noodsituatie nog niet over? Dan kan de behandelaar separatie, afzondering, fixatie, medicatie en toediening van vocht of voedsel opnemen in het behandelplan.

Toepassing volgens behandelplan

Als de cliënt instemt met het behandelplan, kunnen zorgverleners zo nodig de maatregelen toepassen.

  • In het behandelplan staat in welke situaties de maatregelen toegepast worden.
  • Er is dan feitelijk geen sprake van dwang.
  • In zorginstellingen spreekt men dan wel van 'M of M akkoord'.

Zorgverleners moeten echter altijd alert blijven op tekenen van verzet bij de cliënt. Bij verzet is er geen sprake meer van een behandeling met instemming.

Wanneer is er sprake van verzet?

Volgens de Wet Bopz is verzet: iedere vorm van weerstand, in woorden of in gedrag. Het is dus belangrijk om ook goed op non-verbale communicatie te letten. Bij twijfel moeten zorgverleners ervan uitgaan dat de cliënt zich verzet.

Voorbeelden van verzet:

  • De cliënt zegt 'nee' of schudt 'nee' met zijn hoofd.
  • De cliënt duwt de verzorgende weg, schopt of bijt.
  • De cliënt maakt afwerende gebaren.
  • De patiënt trekt zijn arm weg als een fixatieband wordt aangelegd.
  • De cliënt schopt herhaaldelijk tegen de deur van een afzonderingsruimte.
  • De cliënt houdt zijn mond stevig dicht bij het toedienen van medicijnen, vocht of voeding.
  • De cliënt draait doelgericht zijn hoofd weg bij het toedienen van medicijnen, vocht of voeding.

De cliënt kan ook tegenstrijdige signalen afgeven. Hij zegt bijvoorbeeld 'nee' maar loopt wel mee naar de afzonderingsruimte. In dat geval is er géén toestemming.

Toepassing van maatregelen bij verzet

Bij verzet vervalt de instemming. De behandelaar moet dan beslissen of de maatregelen toch toegepast worden.

Zo ja, dan is er sprake van dwang op grond van de Bopz of op grond van de WGBO (als de maatregelen nodig zijn vanwege een medische behandeling).

Toestemming van de vertegenwoordiger

De behandelaar kan een cliënt wilsonbekwaam verklaren. Dan overlegt de behandelaar met de vertegenwoordiger van de cliënt over het behandelplan.

Geeft de vertegenwoordiger toestemming voor bepaalde maatregelen, terwijl de wilsonbekwame cliënt zich ertegen verzet? Dan er geen vrijwillige behandeling!

Als de behandelaar dan doorgaat met de maatregelen, moet hij voldoen aan de regels rond dwang op grond van de Bopz (dwangbehandeling) of op grond van de WGBO.

Goede zorg

De zorgverleners moeten altijd kijken of er minder ingrijpende manieren zijn dan de middelen en maatregelen. Beheersende maatregelen hebben nooit de voorkeur.

Verschil tussen dwangbehandeling en middelen/maatregelen

Dwangbehandeling en 'middelen en maatregelen' lijken soms erg op elkaar. Toch zijn er een paar belangrijke verschillen: in het doel van de ingreep en hoe lang het mag duren.

Doel van middelen en maatregelen

De toepassing van middelen en maatregelen is bedoeld om de patiënt of zijn omgeving te beschermen in een acute noodsituatie.

Doel van dwangbehandeling

Dwangbehandeling moet een ‘therapeutisch effect’ hebben: het moet ervoor zorgen dat het gevaar stopt of dat de cliënt sneller met ontslag kan.

Duur van middelen en maatregelen

Middelen en maatregelen mogen maximaal 7 dagen duren. In die tijd kan de behandelaar het behandelplan aanpassen aan de nieuwe situatie.

Duur van dwangbehandeling

De dwang moet stoppen als het gevaar weggenomen is. Zie Regels voor de duur van onvrijwillige zorg voor meer informatie.