Gedwongen eten of drinken

Iemand dwingen om te eten of drinken is een heel ingrijpende maatregel. Dit is alleen toegestaan als de gezondheid van de persoon ernstig in gevaar is, bijvoorbeeld bij een ernstige eetstoornis zoals anorexia nervosa.

Wanneer kan gedwongen eten of drinken aan de orde zijn?

Er kunnen allerlei redenen zijn waarom iemand niet wilt eten of drinken. Bijvoorbeeld een psychose of een eetstoornis anorexia nervosa. Ook dementerende ouderen willen soms niet meer eten of drinken.

Als de gezondheid van de persoon ernstig gevaar loopt, kan hij onder dwang voeding krijgen. 

Hoe wordt dwangvoeding toegediend?

De cliënt krijgt een slangetje (sonde) door de neus. Daardoor wordt vloeibaar voedsel in de maag gebracht.

Wanneer stopt dwangvoeding?

Dwang voeding stopt als de cliënt buiten levensgevaar is en zelf weer wil gaan eten en drinken.

Gedwongen voeding en vocht voorkomen

Als cliënt kunt u proberen dwangvoeding te voorkomen door op tijd een signaal te geven als het niet goed met u gaat.

Gedwongen eten en drinken is een allerlaatste stap. Zorgverleners moeten gedwongen eten en drinken zo veel mogelijk voorkomen. Het kan helpen als zij weten op welke manier u wel geholpen wilt worden.

  • Vraag uw behandelaar of de verpleging waarom zij gedwongen eten en drinken nodig vinden.
  • Probeer samen af te spreken hoe u dit kunt voorkomen. Dit zet u bijvoorbeeld in een signaleringsplan.
  • Vertel uw behandelaar ook waarom u niet gedwongen wilt worden om te eten en drinken.

Misschien merkt u het zelf al vroeg als het niet goed met u gaat. U gaat bijvoorbeeld tegen de maaltijden opzien. U kunt met de verpleging afspreken dat u dit zo snel mogelijk meldt.

Het is dan belangrijk dat ze weten hoe zij u op zo’n moment het beste kunnen helpen. Misschien wilt u dan het liefst samen met een verpleegkundige eten? Of juist alleen? Of misschien helpen afspraken over wat u wel of niet wilt eten?

Gevolgen van niet eten en drinken

U wordt ernstig ziek en kunt zelfs dood gaan als u niet eet of drinkt. Probeer daarom begeleiding of een behandelmethode te vinden waar u zich goed bij voelt. Dat kan heel lastig zijn. Uw behandelaar kan u helpen om de juiste hulp te vinden. Lukt het niet om hier op een goede manier over te praten? Vraag dan de patiëntenvertrouwenspersoon (GGZ) of cliëntenvertrouwenspersoon (gehandicaptenzorg). om hulp.

Voelt u zich niet serieus genomen?

Misschien heeft u het gevoel dat de verpleging of uw behandelaar uw signalen niet serieus neemt. Dan kunt u contact opnemen met de patiënten- of cliëntenvertrouwenspersoon. Hij kan u helpen om dit met de hulpverleners te bespreken of om een klacht in te dienen.