Fixatie vanwege een medische behandeling

Bij een medische behandeling zijn soms hulpmiddelen nodig, zoals een infuus of een katheter. Als een cliënt die hulpmiddelen (bewust of onbewust) uit zijn lichaam trekt, kan de arts besluiten de cliënt om medische redenen fixeren.

Medische hulpmiddelen

Medische hulpmiddelen worden voorgeschreven door een arts. Met medische hulpmiddelen bedoelen we hier bijvoorbeeld een infuus, een katheter of een drain. Deze kunnen een voorwaarde om goede zorg te verlenen.

De arts zal altijd goed afwegen of deze middelen echt noodzakelijk zijn, omdat ze ook hinderlijk zijn. Alleen een arts kan beslissen om deze hulpmiddelen in te zetten en om ze weer te verwijderen. Een bevoegd verpleegkundige mag dit uitvoeren.

Wilsbekwame cliënt

Het gebruik van medische hulpmiddelen gebeurt bij een wilsbekwame cliënt in overleg met patiënt zelf. De arts moet de beslissing van een wilsbekwame patiënt respecteren. Dus als de cliënt de medische hulpmiddelen weigert, dan mag de arts ze niet toepassen - ook niet als de toepassing medisch absoluut noodzakelijk is.

De arts moet er wel van overtuigd zijn dat de patiënt goed is voorgelicht en de gevolgen van zijn beslissing overziet.

Wilsonbekwame patiënt

Als wilsonbekwaamheid is vastgesteld, neemt de arts de medische beslissingen. Hij zal overleggen met de wettelijk vertegenwoordiger over het medische onderzoek en/of de behandeling.

Als de vertegenwoordiger en de arts het niet eens worden, dan is de mening van de arts doorslaggevend. Vindt hij de behandeling of het onderzoek absoluut noodzakelijk om ernstige gezondheidsschade te voorkomen, dan kan hij het uitvoeren. Dit is geregeld in art 7:466 van het Burgerlijk Wetboek (de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO)).