Toetsing na toepassing van dwang

Dwang in de zorg is zeer ingrijpend. Het geeft de cliënt vaak een heel machteloos gevoel. Het is erg belangrijk na de dwangtoepassing te bespreken wat er is gebeurd en hoe dwang in de toekomst voorkomen kan worden.

Hoe reageren mensen op dwangtoepassing?

Veel cliënten zijn woedend na een dwangtoepassing. Zij kunnen elk vertrouwen in de hulpverlening kwijtraken.  

Na de dwangtoepassing kan een cliënt last blijven houden van alle negatieve gevoelens die dwang oproept. Het kan helpen als de cliënt hier met iemand over kan praten. Bijvoorbeeld met een lotgenoot, een ervaringsdeskundige (iemand die zelf dwangtoepassing heeft meegemaakt) of een professionele zorgverlener.

Evaluatie van de dwangtoepassing

Het is belangrijk dat de toepassing van dwang achteraf geëvalueerd wordt, zowel met de cliënt als met het zorgteam. Dwang roept altijd veel emoties op, en het is goed om die te bespreken. Bovendien kan bekeken worden hoe dwang in de toekomst voorkomen kan worden.

Toetsing achteraf

Is de cliënt van mening dat de dwang onterecht was en wil hij daar wat mee doen? Dan kan hij dat bespreken met het zorgteam. Hij kan de dwangtoepassing ook laten toetsen.

  • De Bopz-klachtencommissie kan achteraf toetsen of de dwang volgens de commissie terecht was.
  • Als de klachtencommissie vindt dat de dwangtoepassing wel terecht was, kan de cliënt naar rechter.

Het getuigt van professionaliteit als zorgverleners de cliënt wijzen op de mogelijkheid om de dwangtoepassing te laten toetsen.

Dwang voorkomen

Dwang moet altijd zo veel mogelijk voorkomen worden. Zowel cliënten, familieleden als professionals hebben hier vaak wel ideeën over. Het kan helpen als zij daarover samen in gesprek gaan.

Wat werkt het beste als het niet goed gaat met een cliënt? Misschien even buiten een rondje lopen, in plaats van alleen op de eigen kamer zitten? Afspraken hierover kunnen dwang soms voorkomen.