Regels voor de duur van dwangtoepassing

Dwangmaatregelen zijn alleen toegestaan als er echt geen andere oplossing is. De toepassing van dwang moet zo snel mogelijk stoppen. Welke regels gelden, hangt af van de reden waarom de dwangmaatregel wordt toegepast.

Duur van middelen en maatregelen in een noodsituatie

Middelen en maatregelen moeten stoppen zodra het acute gevaar voorbij is, en uiterlijk na zeven dagen.

Als de behandelaar na zeven dagen de situatie nog steeds te gevaarlijk vindt, kan hij besluiten een dwangbehandeling te starten.

Dit is geregeld in Art 39 Wet Bopz en het Besluit middelen en maatregelen.

Duur van dwangbehandeling

Dwangbehandeling kan om twee redenen ingezet worden. De regels over de duur verschillen per situatie:

Dwangbehandeling om gevaar in de instelling weg te nemen

Hieraan zit geen maximum. Het moet stoppen zodra het gevaar weg is.

Dwangbehandeling om te voorkomen dat de cliënt te lang opgenomen blijft

De behandelaar kan deze dwangbehandeling maximaal drie maanden toepassen. Vindt hij dat de behandeling langer nodig is? Dan moet de geneesheer-directeur beslissen over verlengingen. De wet stelt hier geen maximum aan.

De situatie moet wel steeds opnieuw bekeken worden, en de instelling moet streven naar andere oplossingen dan de toepassing van dwang.

Voor GGZ-instellingen is dit geregeld in Artikel 38 c, lid 2 en 3 Wet Bopz; voor verpleeghuizen en instellingen voor gehandicaptenzorg in Artikel 38 Wet Bopz.

Duur van medische behandeling zonder toestemming 

Een medische behandeling zonder toestemming om ernstig nadeel voor de gezondheid van een wilsonbekwame cliënt moet ook zo kort mogelijk duren. Er is geen maximum aan gesteld.

De dwang moet stoppen als de noodsituatie voorbij is of als de patiënt weer wilsbekwaam is voor beslissingen over zijn gezondheid.

Dit is geregeld in de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (7:466 BW).