Opname zonder instemming, zonder verzet (artikel 60)

Bij een 'artikel 60-procedure' (of Bopz-toets) onderzoekt het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ) of een cliënt gebaat is bij een opname in een zorginstelling. Het gaat om cliënten die door dementie of een verstandelijke beperking zelf niet kunnen aangeven of ze het eens zijn met een opname.

Wanneer is een Bopz-toets mogelijk?

Het uitgangspunt is dat een cliënt het eens moet zijn met een opname in een instelling. Als een cliënt dit niet meer zelf kan aangeven, zal iemand anders het besluit moeten nemen. Dan is een Bopz artikel 60-toets mogelijk bij het Centrum Indicatiestelling Zorg.

Wie kan een Bopz artikel 60-toets aanvragen?

  • De zorgaanbieder
  • De partner of kinderen van een cliënt met dementie. Zij kunnen de Bopz-toets tegelijk aanvragen met een indicatie voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz).

Het CIZ komt op huisbezoek

Een medewerker van het CIZ komt bij de cliënt op bezoek. De medewerker legt tijdens het bezoek uit wat precies de bedoeling is. En hij vertelt wat de rechten van de cliënt zijn.

Wat onderzoekt het CIZ?

Bij een artikel 60-procedure onderzoekt het CIZ:

  • Of het mogelijk is om opname of verblijf te voorkomen.
  • Waarom de cliënt niet buiten een instelling kan wonen. Bijvoorbeeld omdat de cliënt wegloopt en gaat dwalen, zichzelf verwondt of het gas aan laat staan.
  • Hoe de cliënt over opname of verblijf denkt.

Het resultaat van het onderzoek wordt beoordeeld door een commissie van deskundigen. In die commissie zit in ieder geval een arts.

Mogelijke uitkomsten van het onderzoek

Na het CIZ-onderzoek zijn drie uitkomsten mogelijk:

  • De cliënt is voldoende bereid om te worden opgenomen. Opname of verblijf kan zonder toepassing van artikel 60 Wet Bopz.
     
  • De cliënt verzet zich: hij wil niet opgenomen worden, of niet langer opgenomen blijven. Dit kan de cliënt gewoon zeggen of op een andere manier duidelijk maken. Opname of verblijf kan dan niet via artikel 60 Wet Bopz. Soms wordt dan een procedure voor een gedwongen opname gestart.
     
  • De cliënt toont geen bereidheid, maar ook geen verzet. De cliënt kan niet aangeven of sprake is van bereidheid of verzet. Opname of verblijf is nu mogelijk via artikel 60 Wet Bopz.

Het CIZ moet de resultaten van het onderzoek altijd op papier zetten en het besluit schriftelijk aan de cliënt melden.

Na opname in de zorginstelling

De cliënt krijgt zo snel mogelijk een ondersteuningsplan of zorgplan.

De regels van de Bopz

De regels van de Bopz over vrijheidsbeperkingen, dwangbehandeling en middelen en maatregelen zijn ook van toepassing op cliënten met een artikel 60-indicatie. Er zijn twee uitzonderingen:

  • Poststukken mogen niet gecontroleerd worden op gevaarlijke voorwerpen
  • Het recht op bezoek en telefoonverkeer mag niet beperkt worden.

Kan een artikel 60-indicatie gestopt worden?

Een opname via artikel 60 is géén gedwongen opname. De cliënt mag de instelling verlaten.

De artikel 60-indicatie vervalt als cliënt zich verzet tegen de opname. Is opname nog wel noodzakelijk? Dan kan dan een procedure voor een gedwongen opname gestart worden.

Recht op goede zorg

Op grond van artikel 60 kan een cliënt zonder zijn eigen toestemming worden opgenomen. Natuurlijk blijft zijn mening er toe doen. De cliënt houdt recht op goede zorg en heeft de gebruikelijke rechten in de zorg.