Rol van de politie bij een gedwongen opname

Betrokkenen, omstanders en hulpverleners kunnen de politie inschakelen als een cliënt in een noodsituatie is. Bij een gedwongen opname zorgen de politie en de ambulancemedewerkers er voor dat de cliënt veilig in de ambulance komt die hem naar de zorginstelling brengt.

Wanneer wordt de politie ingeschakeld?

Zorgverleners kunnen de bijvoorbeeld politie inschakelen als er een noodgeval is, wanneer iemand iets strafbaars doet of als iemand de openbare orde verstoort.

Soms wordt de politie ingeschakeld om de naasten van een persoon in de war te waarschuwen. Daarvoor hoeft er geen noodsituatie te zijn.

Wanneer kan de politie iemand aanhouden?

De politie kan een cliënt alleen aanhouden als:

  • Hij iets strafbaars doet of heeft gedaan.
  • Hij een inbewaringstelling (ibs) of rechterlijke machtiging (rm) heeft en niet zelf naar de instelling gaat. De politie kan hem dan naar de instelling brengen.
  • Hij een inbewaringstelling of rechterlijke machtiging heeft en zonder toestemming uit de instelling is vertrokken. De politie kan hem dan terugbrengen naar de instelling.
  • De politie sterk vermoedt dat de cliënt niet meer weet wat hij doet en daardoor een gevaar is voor zichzelf of voor zijn omgeving.

Kan de politie iemands huis in komen?

Politieagenten kunnen een cliënt ophalen die gedwongen naar een instelling moet. Vaak gaan ze samen met ambulancemedewerkers naar de cliënt toe. Ze mogen daarbij het huis binnen komen, ook als de cliënt dat niet wil. De politie heeft daarvoor een ‘machtiging binnentreden’. Daarmee kunnen politieagenten:

  • De deur of het raam forceren als de cliënt ze niet binnenlaat.
  • De cliënt vastpakken en hem zo dwingen om de ambulance in te gaan.
  • De cliënt fouilleren. De politie kijkt dan of de cliënt gevaarlijke voorwerpen of verboden voorwerpen bij zich heeft, zoals een mes of drugs. Deze voorwerpen worden in beslag genomen.

De politie moet de juiste machtiging hebben

Als de politieagenten voor de deur staan, kan de cliënt vragen of ze de juiste machtiging hebben. Zonder deze machtiging mogen ze het huis namelijk niet binnen, tenzij er een acute noodsituatie is zoals brand, ontploffingsgevaar of een gijzeling.

Wat gebeurt er als de politie een cliënt aanhoudt?

Als de politie een cliënt aanhoudt die erg in de war of agressief is, wordt hij naar het politiebureau gebracht. Daar zal een arts of andere hulpverlener met hem praten.

  • De politieagenten moeten vertellen wat de reden is voor de aanhouding.
  • Om veiligheidsredenen krijgt de cliënt vaak handboeien om tijdens het vervoer naar het politiebureau.

Ophoudruimte

De politie brengt de cliënt naar de ophoudruimte van het politiebureau. Daar blijft hij tot een hulpofficier van justitie komt. Deze politieagent controleert of de aanhouding rechtmatig is en of alle procedures goed gevolgd zijn. Een eventuele strafrechtelijke zaak wordt door de officier afgehandeld.

Hoe gaat de politie om met mensen met die erg in de war zijn?

Het kan zijn dat iemand tijdens zijn aanhouding erg in de war is. De politie schakelt dan de crisisdienst in. Soms komt er eerst een arts die beoordeelt of de crisisdienst moet komen. Het kan zijn dat de politie de cliënt niet naar het politiebureau brengt, maar direct naar een instelling. In deze situatie worden vaak handboeien gebruikt.

Heeft de cliënt een crisiskaart?

Als de cliënt een crisiskaart heeft, neemt de politie contact op met de contactpersonen die op die kaart staan. Het voordeel is dat de cliënt dan sneller de juiste zorg krijgt en minder lang hoeft te wachten.

Rol van de politie op het terrein van een instelling

Soms ontstaat een noodsituatie in de instelling of op het terrein van de instelling. Zo nodig wordt de politie dan ingeschakeld.

  • Politieagenten kunnen alleen optreden wanneer er sprake is van een noodsituatie.
  • Ze kunnen assisteren als de veiligheid van een of meer cliënten of van andere mensen ernstig in gevaar is.
  • De politie werkt daarbij samen met de zorgverleners.

De politie zal ook ingeschakeld worden als een cliënt iets strafbaars heeft gedaan.

Welke informatie krijgt en geeft de politie over cliënten?

De politie werkt vooral met informatie die de cliënt zelf geeft. Daarnaast kan men noodzakelijke medische informatie opvragen.

  • Informatie van de cliënt zelf
    De meeste informatie probeert de politie van de cliënt zelf te krijgen. Een crisiskaart (of een beknopte versie daarvan) kan dit vergemakkelijken. De politie kan dan informatie vragen aan de contactpersonen die op de kaart vermeld staan.
     
  • Informatie van anderen
    De politieagenten vragen alleen naar informatie die ze nodig hebben om hun werk goed te doen. De politie heeft meestal een eigen huisarts (van de GGD of van een andere organisatie). Deze ‘politiehuisarts’ kan medische informatie opvragen bij de behandelaar of huisarts.
    De cliënt kan beoordeeld worden door mensen van de crisisdienst. Zij zullen aan de politie vertellen of de cliënt wel of niet opgenomen moet worden, of dat er andere afspraken gemaakt worden.

De politie mag zelf alleen informatie geven aan professionals die de cliënt behandelen of begeleiden. Het gaat alleen om informatie die de arts/behandelaar nodig heeft om zijn werk goed te kunnen doen. Agenten kunnen bijvoorbeeld aan de crisisdienst vertellen hoe ze de cliënt aangetroffen hebben.

Wie is verantwoordelijk voor de gezondheid als een cliënt vast zit?

Soms moet een cliënt een straf uitzitten of langer vast blijven. De politie is dan verantwoordelijk voor de gezondheid van de cliënt. De politie zal aan de behandelaar of huisarts vragen of het verantwoord is om de cliënt op te sluiten en of hij bijvoorbeeld medicijnen nodig heeft.