Rol van de huisarts bij een gedwongen opname

De huisarts kan betrokken zijn bij een gedwongen opname. Hij kan de patiënt ondersteunen met advies. De huisarts kan ook de procedure voor een gedwongen opname starten door de crisisdienst in te schakelen.

De huisarts biedt hulp aan mensen met psychische problemen, een verstandelijke beperking of dementie. Ook mensen uit de omgeving kunnen de huisarts van de cliënt benaderen als het niet goed gaat met de cliënt.

Gedwongen opname starten

Bij acute ernstige problemen kan de huisarts de cliënt verwijzen naar de crisisdienst. Deze dienst kan een procedure opstarten voor een gedwongen opname via een inbewaringstelling (ibs) of rechterlijke machtiging (rm).

Is de huisarts betrokken bij de geneeskundige verklaring?

Voor een gedwongen opname is een geneeskundige verklaring nodig. Deze wordt opgesteld door een onafhankelijk psychiater (die de cliënt niet behandelt).

De psychiater overlegt in principe met de behandelaar van een GGZ-instelling. Als de cliënt nog niet wordt behandeld in de GGZ, kan de psychiater contact opnemen met de huisarts. De huisarts zal vertellen of hij een ibs of rm nodig vindt, en waarom.

Is er een acute noodsituatie waarin direct een geneeskundige verklaring nodig is? Dan kan de huisarts bij hoge uitzondering ook zelf een verklaring invullen.

De huisarts blijft op de hoogte

  • De huisarts wordt op de hoogte gesteld als een van zijn patiënten gedwongen wordt opgenomen en als hij weer wordt ontslagen uit de instelling.
  • De behandelaar kan de huisarts tijdens de opname een uitgebreid verslag sturen over de cliënt.
  • Als de cliënt dat niet wil, kan hij vragen om dit niet te doen. Dan geeft de psychiater alleen de datum van ontslag door.

De huisarts en het beroepsgeheim

Een huisarts heeft een beroepsgeheim. Hij mag alleen informatie aan anderen geven als zijn patiënt het daarmee eens is. Alleen in heel zwaarwegende situaties mag de huisarts zonder toestemming informatie doorgeven.

Directbetrokkenen vragen misschien aan de huisarts hoe het met hun naaste gaat. De huisarts mag niet zomaar informatie over zijn patiënten geven. Dat kan alleen als de patiënt het daarmee eens is. Dat geldt ook als zijn partner of de kinderen iets willen weten.

Soms mag de huisarts wel zonder toestemming informatie doorgeven aan anderen. Er zijn zelfs situaties waarin hij dat móet doen:

  • Als de patiënt  terzake wilsonbekwaam verklaard is. De huisarts mag dan met de wettelijke vertegenwoordiger over de behandeling praten.
  • Als een patiënt iets vertelt wat hij beslist niet mag verzwijgen. Bijvoorbeeld als de patiënt van plan is iemand ernstig kwaad te doen. Als het gaat om (dreiging van) moord of doodslag mag de huisarts die persoon waarschuwen, ondanks het beroepsgeheim.

In sommige situaties is de huisarts wettelijk verplicht om informatie te geven, bijvoorbeeld als hij weet dat een patiënt een bepaalde besmettelijke ziekte heeft.