Relatie tussen gedrag en psychiatrische ziekten bij dementie

Gedrag kan direct samenhangen met de dementie, maar ook met een bijkomende psychiatrische ziekte.

Bijkomende psychiatrische ziekten

Psychiatrische verschijnselen zijn vaak moeilijk vast te stellen bij mensen met dementie. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van:

  • hallucinaties (dingen zien of horen die er niet zijn);
  • wanen (idee├źn die niet kloppen met de werkelijkheid, bijvoorbeeld het gevoel bestolen te worden);
  • depressieve klachten;
  • angst.

Deze bijkomende aandoeningen worden vaak niet herkend, niet vastgesteld en dus niet behandeld.

Gedragsproblemen door medicijnen bij psychiatrische problemen

Bij gedragsproblemen worden nog wel eens psychofarmaca gegeven (medicijnen tegen psychiatrische klachten). Dit is alleen verantwoord als er een medische indicatie gesteld is, dus als de psychiatrische ziekte is vastgesteld. Anders worden eventuele andere oorzaken van het gedrag misschien over het hoofd gezien. En dan is meer sprake van kunstmatige beheersing van de gedragsproblemen, dan van verantwoorde zorg waardoor het gedrag zelf verandert.

Gedragsmedicatie

Bij gedragsproblemen krijgen mensen met dementie soms psychofarmaca (medicijnen tegen psychiatrische klachten). Dit is alleen verantwoord als er een medische indicatie is. Dus als er een psychiatrische ziekte is vastgesteld.

Zonder een goede diagnose bestaat het gevaar dat de echte oorzaken van het gedrag over het hoofd worden gezien. Die worden dan dus niet aangepakt. Dit leidt al snel tot kunstmatige beheersing van de gedragsproblemen, in plaats van optimale omstandigheden waardoor het gedrag zelf verandert.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Gedrag en stemmingen als apathie, neerslachtigheid, onrust, hyperactiviteit, ronddwalen, seksuele ontremming, slaapproblemen, verwardheid, angst, hallucineren en wanen, en agressie kunnen deel uitmaken van een psychiatrisch ziektebeeld. Dan is medische behandeling aangewezen, eventueel met medicatie.

Alleen een arts die deskundig op het gebied van dementie (klinisch geriater, neuroloog, specialist ouderengeneeskunde of een ouderenpsychiater) kan vaststellen of deze verschijnselen inderdaad voortkomen uit de dementie of dat ze de uiting zijn van een bijkomende psychiatrische ziekte.