Recht op informatie over de medische situatie
Cliënten hebben recht op informatie van hun arts over hun ziekte en de behandeling. Deze informatie is nodig om mee te kunnen praten over de behandeling.
Begrijpelijke informatie
De behandelaar moet een cliënt vertellen wat er met hem aan de hand is. Hij
moet dit in begrijpelijke woorden doen. De cliënt krijgt informatie over
de aandoening en de behandeling die de behandelaar voorstelt. Daarbij moet hij
vertellen of er nog andere manieren zijn om de aandoening te behandelen.
De behandelaar legt uit wat hij met de behandeling wil bereiken, hoe lang
die zal duren en hoe groot de kans is dat de behandeling werkt. Hij
laat het ook weten welk risico een behandeling heeft. Bijvoorbeeld of
medicijnen bijwerkingen hebben.
En als een cliënt geen informatie wil?
Sommige cliënten willen niet alle informatie horen. Zij kunnen dit het beste aan de behandelaar laten weten. Hij houdt daar zo veel mogelijk rekening mee.
Informatie achterhouden
De behandelaar hoeft niet altijd alles vertellen. Als hij denkt dat
bepaalde informatie schadelijk is, zal hij die informatie achterhouden.
De arts mag alleen informatie achterhouden als hij daarvoor
hele dringende redenen heeft. Hij moet hierover altijd eerst overleggen
met een andere hulpverlener. Als het nodig is, zal de behandelaar wel
iemand uit de naaste omgeving van de cliënt vertellen over de situatie.
Wilsonbekwaam
Een cliënt kan alleen goed beslissen over een behandeling als hij de informatie begrijpt. Maar soms kan een cliënt zelf niet beslissen, ook niet als hij goede informatie krijgt. Bijvoorbeeld als hij bewusteloos is of als hij heel erg in de war is. De behandelaar verklaart hem dan wilsonbekwaam en zal dan een eventuele medische behandeling bespreken met de (wettelijk) vertegenwoordiger van de cliënt. De behandelaar moet wel altijd zo veel mogelijk proberen om met de cliënt te overleggen.
