Wat betekent dit voor: familie professional
professional
Communicatie over een wilsonbekwame cliënt
Als een cliënt wilsonbekwaam is, kunt u zonder zijn toestemming over hem overleggen met directbetrokkenen. Dat geldt alleen voor zaken waarvoor uw cliënt zonder enige twijfel wilsonbekwaam. Dat hoeft namelijk niet voor ieder vraagstuk en voor iedere situatie te zijn.
Respectvol
De wilsonbekwame cliënt heeft er recht op dat familie en hulpverleners respectvol met hem en over hem communiceren. Dat houdt het volgende in:
- Probeer, als het éven kan, toch zijn toestemming te krijgen.
- Houd rekening met het welzijn en de persoonlijke belangen van uw cliënt. Bespreek persoonlijke zaken alleen met betrokkenen als dat werkelijk relevant is voor de kwaliteit van het bestaan van de cliënt en als hij daar zelf geen sturing aan kan geven.
- Houd rekening met de wettelijke regels op het gebied van professionele (in het bijzonder medische) geheimhouding, bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van de persoonsgegevens.
Vertegenwoordiger
Het is belangrijk dat een wilsonbekwame cliënt één expliciet aangewezen vertegenwoordiger heeft. Dit is helder als daar een rechterlijke uitspraak over geweest: dan is er een mentor of een curator aangesteld.
Voor de (medische) zorgverlening hebben veel cliënten géén curator of mentor. Op dit gebied treedt dan meestal een ouder of een ander familielid als vertegenwoordiger op, volgens de regels van de WGBO.
Andere betrokkenen
Vaak is er een groot netwerk van mensen met een goede relatie met de cliënt. De communicatie met een groot aantal goed bedoelende belangstellenden tegelijk is praktisch lastig en juridisch ongewenst op het moment dat er voor de cliënt, plaatsvervangend, besluiten genomen moeten worden. Het is van belang dat dit punt in het ondersteuningsplan expliciet wordt geregeld.
Meer informatie over dit onderwerp vindt u in de vragen over curatele, bewind en mentorschap van de Rijksoverheid.
Overleg is belangrijk
Betrokkenen rond een wilsonbekwame cliënt, die niet voor zichzelf kan opkomen bij wezenlijke, zijn bestaanskwaliteit bepalende vraagstukken, moeten regelmatig onderling overleggen om:
- elkaar goed te informeren over wetenswaardigheden en ervaringen met cliënt en met de zorgverlening;
- met elkaar één visie te krijgen op wat cliënt zelf wil of verwacht en nodig heeft.
Voorkom niet-persoonsgerichte zorg
Goed overleg kan voorkómen dat blinde vlekken of onuitgesproken en tegenstrijdige opvattingen en verwachtingen van betrokkenen leiden tot niet-persoonsgerichte zorg, tot betutteling en beheersing, of tot onverantwoord handelen en risicovol gedrag, tot mislukking of zelfs tot oorlog over de rug van de cliënt. Zie ook het boek Ouders op hun plek (Egberts MJA, Utrecht 2007).
