Wat betekent dit voor: familie professional
professional
Mogen cliënten professionele begeleiding weigeren?
Een professionele hulpverlener mag nooit zomaar dwang uitoefenen. Alleen in uitzonderlijke situaties is gedwongen zorg mogelijk, ook bij wilsonbekwame mensen.
In de Grondwet staat dat iedereen zijn persoonlijke leven mag beschermen. In de Europese Verklaring van de Rechten van de mens staat dat iedereen recht heeft op vrijheid en persoonlijke levenssfeer.
Voor iedereen
Deze rechten gelden voor iedereen. Ze zijn zonder meer van toepassing op mensen met een verstandelijke beperking. Als uw cliënt ondersteuning en zorg nodig heeft, moet de rechtsbescherming uitdrukkelijk aandacht krijgen. Zeker in een professionele zorgrelatie. Goede verhoudingen in de driehoek cliënt – vertegenwoordiger (ouder, familielid) – zorgverlener zijn ook daarom van groot belang.
Meningsverschillen
Het kan ingewikkeld zijn om ondersteuning, zorg of behandeling te geven waarover op het eerste gezicht meningsverschillen (kunnen) bestaan. Bijvoorbeeld als u bepaalde zorg wel noodzakelijk vindt en de zorgverlener niet, of andersom. En helemaal als uw cliënt er ook een eigen mening op nahoudt.
Ook bij een ernstige beperking
Dit geldt niet alleen voor mensen met een lichte verstandelijke beperking. Ook voor mensen met een ernstige verstandelijke beperking liggen de verhoudingen ingewikkeld als het over hun rechten gaat. Juist omdat zij zelden of nooit duidelijk kunnen maken wat hun mening is. De zorgverlening moet zo ingericht zijn dat de rechten in ieder geval gewaarborgd zijn. Wat dat voor uw cliënt betekent, moet uitdrukkelijk verwerkt zijn in de wijze waarop de zorg en ondersteuning aangeboden worden.
Voor zorg onder dwang bestaan dan ook strakke juridische regels. Belangrijk is het gevaarscriterium, dat hieronder wordt toegelicht. Uitgebreidere informatie over dwang in de zorg vindt u in het onderwerp Verantwoord omgaan met dwang.
Gevaar
1. Niemand mag levens in gevaar brengen. Dat geldt voor het leven van anderen en voor het eigen leven.
- Gedrag van iemand met een verstandelijke beperking, eventueel gecombineerd met een psychiatrische aandoening, kan zó gevaarlijk zijn dat ingrijpen onvermijdelijk is. Ook als uw cliënt of zijn familie zich verzet.
- Dit gevaar kan leiden tot een gedwongen opname: via een inbewaringstelling (ibs, bij een onvoorziene noodsituatie buiten de instelling) of een rechterlijke machtiging (rm, bij een voorziene noodzaak tot vrijheidsbeperking en rechtsbescherming, in de open maatschappij, of bij een al eerder vrijwillig opgenomen cliënt).
- De regels rond een gedwongen opname, rond de rechtsbescherming van cliënten en rond vrijheidsbeperkingen als betrokkene eenmaal is opgenomen, staan in de wet Bopz.
2. Reikwijdte van het begrip 'gevaar'.
- Voor mensen met een verstandelijke beperking is het begrip 'gevaar' ruimer dan de onmiddellijke dreiging van ernstig lijfelijk gevaar door een psychische ziekte. Bij een verstandelijke beperking gaat het daar niet in de eerste plaats om. Toch kan opname onvermijdelijk en vrijheidsbeperking noodzakelijk zijn, namelijk als alleen op die manier verantwoorde zorg geboden kan worden.
- Het gevaarscriterium wordt bij mensen met een verstandelijke beperking als volgt uitgelegd: de persoon in kwestie is ‘niet in staat is zich buiten de instelling te handhaven’. Hij heeft zorg nodig die hij alleen in een goed toegeruste, professionele omgeving kan krijgen. Zonder die zorg loopt de persoon onacceptabele risico's. Dit kan gaan om een risico voor het eigen welzijn, voor het welzijn van mensen in zijn omgeving, of om een risico op materiële schade in de persoonlijke omgeving. Gevaar is dus een breed begrip, althans in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking.
Dwang is heel ingrijpend
Dwang is voor iedereen heel ingrijpend, vooral als uw cliënt zelf niet (goed) duidelijk kan maken wat hem bezighoudt, wat hij moeilijk of lastig vindt, of hoe hij zich voelt. Er zijn daarom enkele belangrijke punten waaraan zorgverleners aandacht moeten geven bij de beslissing om wel of geen dwang toe te passen.
1. Bij risicovol of dreigend gedrag: is duidelijk wat uw cliënt beleeft / voelt / wil / niet wil? Om dit goed te duiden is een breed opgezette (multidisciplinaire) hulpverlening en nauwkeurige diagnostiek noodzakelijk.
2. Bij agressieve uitingen tegenover anderen of zichzelf: is bekend welke vroege signalen vooraf gaan aan dit gedrag? En zijn er richtlijnen over hoe men moet handelen bij die vroege signalen? Is er nagedacht over manieren om afleiding te bieden aan uw cliënt?
3. Krijgt uw cliënt optimale zorg? Zijn de omstandigheden optimaal? Ontstaan de problemen vaak in specifieke situaties of bij specifieke personen? Komen zorgverleners de afspraken goed na en leert iedereen van de eerdere ervaringen met uw cliënt?
4. Is er naar alternatieven gezocht om incidenten en structurele moeilijkheden te voorkómen?
Bespreken
Wilt u weten in hoeverre bovenstaande punten aandacht krijgen bij de zorg voor uw cliënt? U kunt dit gerust bespreken met de arts of het zorgteam van uw cliënt.
