Wat betekent dit voor: familie professional
professional
Gedragsproblemen ombuigen
Gedragsproblemen zijn voor iedereen vervelend en leiden soms zelfs tot dwang. Om dit te voorkomen, is het belangrijk om gedragsproblemen vroeg te herkennen, goed te plaatsen in de context en zo mogelijk om te buigen naar positief gedrag. Daarvoor moet de context (de omgeving van uw cliënt) zo nodig aangepast worden.
Begrip
Bij mensen met een verstandelijke beperking spreekt men vaak van 'moeilijk verstaanbaar gedrag': het is lastig om te achterhalen waardoor bepaald gedrag ontstaat en wat een cliënt ermee wil zeggen. Toch is het belangrijk om gedragsproblemen zo goed mogelijk te begrijpen en in de goede context te plaatsen. Gedragsproblemen zijn immers voor iedereen vervelend en kunnen zelfs leiden tot dwangmaatregelen. Een goed begrip van het gedrag kan helpen om de problemen onder controle te krijgen of, liever nog, te voorkomen en op die manier dwang te voorkomen.
Gedragsproblemen vanuit verschillende invalshoeken
Lastig of gevaarlijk gedrag staat niet op zichzelf. Gedragsproblemen hebben altijd een wisselwerking met de omgeving. Soms ontstaat het gedrag in wisselwerking met de omgeving, maar dat hoeft niet. Het gedrag heeft in ieder geval altijd een effect op de omgeving. Familie, belangenbehartigers en zorgprofessionals worden geconfronteerd met het gedrag en hun reactie heeft ook weer invloed op het gedrag. Daarbij kunnen een aantal problemen de situatie verergeren:
- Personeelsproblemen. Vooral in crisissituaties ziet men veel handelingsverlegenheid (niet weten wat te doen), frustratie en verdriet onder begeleiders en verzorgers.
- Organisatorische problemen. Vaak is niet duidelijk hoe gedragsproblemen het beste opgevangen kunnen worden. Wie komt er tussenbeide? Kunnen de begeleiders de problemen zelf oplossen, is de omgeving wel geschikt, of kan een cliënt elders beter geholpen worden?
- Financiële problemen. Intensieve ondersteuning en zorg zijn soms noodzakelijk, maar erg duur. Personeelsuitval en ziekteverzuim vergroten dit probleem nog.
Doelgericht beleid
Bij een combinatie van bovenstaande factoren ontstaat vaak een neerwaartse spiraal. Ondersteuning wordt beheersing en dat maakt de gedragsproblemen vaak alleen maar erger. Onderkenning van dit mechanisme is belangrijk om doelgericht een ander beleid in te zetten, waarmee belastend of gevaarlijk gedrag in een positieve richting wordt omgebogen en herhaling van escalaties wordt voorkomen. Dit beleid moet zich richten op meerdere aandachtsgebieden en zal vaak multidisciplinair opgezet moeten zijn. De aandachtsgebieden liggen enerzijds bij de cliënt zelf en anderzijds bij de woon-, werk- en leefomstandigheden.
Cliëntgerichte aanpak
Sommige groepen mensen hebben een groter risico op afwijkend gedrag. Als een of meer risicofactoren voor gedragsproblemen van toepassing zijn op een cliënt, is goede diagnostiek van belang. Daaruit kan een aangepaste begeleiding voortvloeien waarbij directbetrokkenen en professionals weten hoe ze de cliënt het beste kunnen benaderen en wat zijn specifieke zorgvragen zijn.
Aandacht voor woon-, werk- en leefomstandigheden
Naast de cliëntgerichte aanpak vragen de woon-, werk- en leefomstandigheden de nodige aandacht. Deze aspecten blijken namelijk vaak de kern van het probleem te vormen. De omgeving heeft een veel grotere invloed op gedrag dan veel mensen denken. Dit uitgangspunt heeft gevolgen voor de ondersteuning en zorg die een cliënt nodig heeft. Professionals moeten samen met de cliënt en/of de vertegenwoordiger zoeken naar de juiste balans tussen enerzijds speelruimte en ruimte voor eigen keuzes, en anderzijds veiligheid voor iedereen. Hoe beter de omstandigheden passen bij de wensen en mogelijkheden van de cliënt, hoe minder hij zijn ongenoegen duidelijk hoeft te maken met (probleem)gedrag.
Analyse van de omstandigheden
Verbetering van de omgeving waarin een cliënt leeft vraagt een goede analyse van zijn omstandigheden. Hieronder staan enkele aandachtspunten die hierbij kunnen helpen:
- De cliënt zelf
Wat weet u van hem? Kan de familie nog aanvullende informatie geven? Wat wil hij en wat kan hij aan? Wat wil/kan hij juist niet? Waarmee brengt hij zijn tijd door? Past dit bij zijn zorgvragen? - Het huishouden
Met wie heeft de cliënt te maken, thuis en in de dagelijkse bezigheden? Hoe gaan alle betrokkenen met elkaar om? - De huisvesting
Heeft de huisvesting invloed op het probleem? Komen de persoonlijke wensen en behoeften van de cliënt hierin voldoende tot hun recht? Denk aan zaken als privacy, ruimte om jezelf te zijn, bescherming tegen wederzijdse overlast, overzichtelijkheid, veiligheid. Ook de omgeving waarin de woning zich bevindt speelt een rol: is er een prettige leefomgeving, dicht bij het centrum of juist in de natuur, enzovoort. - De medewerkers
Hoe is de personele inzet: getalsmatig, qua deskundigheid en vaardigheden? Weten de medewerkers wat ze doen, wat ze moeten doen en waarom? Kunnen ze dit ook? Hoe is hun onderliggende visie en welke houding nemen ze aan? - In een crisissituatie
Weten de leidinggevenden welke ondersteuningsvragen er spelen? Weten ze wat er speelt onder de medewerkers? Weten ze hoe ze de zorginhoudelijke, personele en materiële voorwaarden moeten scheppen voor verantwoorde ondersteuning en zorg? - De organisatie
Is er continuïteit in de teams, zijn de medewerkers voldoende beschikbaarheid en betrokken – vooral de persoonlijk begeleider? - Financiering
Is er voldoende financiering om de zorg te bieden die noodzakelijk is? Zijn alle mogelijkheden benut? Past zorg in natura het beste bij de cliënt, of is een persoonsgebonden budget beter? U kunt de cliënt of zijn vertegenwoordiger hiervoor eventueel verwijzen naar de MEE in zijn regio.
