Wat betekent dit voor: familie professional
familie
Mijn familielid heeft woedeuitbarstingen of is agressief
Woedeuitbarstingen en agressie duiden vaak op een communicatieprobleem. Er is iets niet orde voor uw familielid, maar hij kan dat niet uiten of hij is het niet eens met de manier waarop zijn omgeving ermee omgaat.
Agressie en woedeuitbarstingen maken veel indruk, zeker als ze komen van iemand bij wie u zich sterk betrokken voelt. Het is lastig om goed te reageren op agressief gedrag. Inzicht in het gedrag kan hierbij helpen. Daarbij zijn enkele aandachtspunten van belang:
- Hoe ontstaan woedeuitbarstingen en agressie?
- Hoe kunt u het beste met agressie omgaan?
- Wat moet u doen in een acute situatie, als de agressie leidt tot direct gevaar?
Ontstaan
Agressie en woedeuitbarstingen hebben meestal een oorzaak, ook al lijken ze soms uit het niets te komen. U kunt ervan uitgaan dat er minstens sprake is van een communicatieprobleem. Aan de ene kant is er iets wat uw familielid bezig houdt, wat hem hindert of wat hem bang of onzeker maakt. Dat kan best iets kleins en voor u onbeduidends zijn. Aan de andere kant staat de manier waarop u of andere mensen daarop reageren. Of niet reageren. Uw familielid heeft behoefte aan een bepaald soort reactie uit zijn omgeving, ook als hij dit niet in woorden of gebaren kan vertellen. Als de omgeving niet in die behoefte voorziet, kunnen frustratie en agressie het gevolg zijn.
Omgaan
Goed reageren op agressie is helemaal niet gemakkelijk. De reactie uit de omgeving heeft echter erg veel invloed op hoe het gedrag zich verder ontwikkelt. Wat de aanleiding ook is, woede en agressie hebben altijd effect op iedereen die in de buurt is. De reacties van de omgeving kunnen maar beter op een verantwoorde wijze vorm krijgen. En inhoud.
Alle reden dus om naar meerdere factoren te kijken: uw familielid zelf, de omgeving en naar de mensen in die omgeving. Samen met de behandelend arts en/of een gedragsdeskundige kunt u deze punten doornemen en de situatie zo mogelijk verbeteren.
1. Uw familielid
- Is het nieuw gedrag of is het gedrag bekend, een patroon, een terugkerend verschijnsel?
- Is duidelijk hoe hij zich voelt: klachten, ziekteverschijnselen, geneesmiddelen?
- Is duidelijk wat hij beleeft, wie of wat hij hinderlijk vindt, moeilijk, onbereikbaar, onbegrijpelijk, beangstigend?
- Is duidelijk welke vorm van communicatie nodig is om hem te kunnen benaderen, begrijpen, opvangen?
- Is er een deugdelijk zorgplan waar dit alles in beschreven is, en is er ook een signaleringsplan?
- Ligt duidelijk vast welke bijzonderheden er in de noodzakelijke persoonlijke bejegening aan te geven zijn?
- Heeft hij behoeften waarin niet voorzien wordt: voldoende zinnige/aangename bezigheden? Afleiding? Contacten met bekenden? Slaap? Rust? – enzovoort.
2. Omgevingsfactoren
- Is de omgeving op orde, in overeenstemming met wat hij nodig heeft en prettig vindt?
- Is er overzicht? Heeft hij genoeg ruimte, veiligheid, mogelijkheden zichzelf te zijn? Kan hij zelf voldoende invloed uitoefenen op de omgeving – werkt de omgeving eraan mee dat in concrete, reële behoeften wordt voorzien?
3. De mensen eromheen
- Voelen de mensen in de omgeving zich veilig, in het bijzonder: huisgenoten en begeleiders/verzorgers? Weten de eersten bij wie ze terecht kunnen en hebben ze inderdaad voldoende steun?
- Krijgt u als directbetrokkene voldoende begeleiding en weet u hoe te handelen als uw familielid agressief wordt?
- Weten de begeleiders wat ze moeten en mogen doen en wat juist niet? Weten ze bij wie ze terecht kunnen als het te lastig of gevaarlijk wordt?
- Heeft de instelling genoeg aandacht voor gedragsproblemen in de vorm van coaching door leidinggevende of consulent, advisering door deskundigen, training, backing-up en bijvoorbeeld individuele protocollen, veiligheidsinstructies enzovoort?
- Is er structureel aandacht voor veiligheidsbeleid?
Noodmaatregelen in een acute situatie
Als uw familielid in een zorginstelling woont, is er een zorgplan waarin eventuele noodmaatregelen beschreven staan. In het zorgplan kunnen begeleiders en verzorgers lezen hoe zij een woedeuitbarsting van uw familielid kunnen zien aankomen en wat zij in zo'n situatie moeten doen. Het bieden van afleiding hoort daarbij altijd de voorkeur te hebben. In een noodgeval kunnen afzonderen, medicatie of fixatie onvermijdelijk zijn. Het is uiteraard belangrijk dat de zorgverleners hier uiterst zorgvuldig mee omgaan. Dwang is een laatste redmiddel dat, als het echt noodzakelijk is, zo verantwoord mogelijk toegepast moet worden.
