Wat betekent dit voor: cliënt familie professional
professional
Wat kan de cliënt zelf tegen gedwongen vocht of voeding doen?
De cliënt kan met de behandelaar bespreken waarom hij niet (gedwongen) wil eten of te drinken. De cliënt kan hulp krijgen van de patiëntenvertrouwenspersoon of de klachtencommissie van het ziekenhuis inschakelen.
Waar gaat het om?
De cliënt krijgt onder dwang eten en drinken, bijvoorbeeld via een sonde, en wil daar van af. De behandelaar moet ervoor zorgen dat deze vorm van dwang zo kort mogelijk duurt, maar hij is ook verantwoordelijk voor de veiligheid, in dit geval de gezondheid van de cliënt.
Hoe is het geregeld?
Het simpele antwoord is dat de cliënt van gedwongen voeding afkomt door zelf weer te gaan eten of drinken. Maar zo simpel ligt het natuurlijk niet. De behandelaar wil de gedwongen voeding ook zo snel mogelijk stoppen. Hij is daarbij wel verantwoordelijk voor de gezondheid van de cliënt. Hij zal de dwang pas stoppen als de cliënt buiten levensgevaar is en zelf weer wil eten en drinken.
Bespreken
Stimuleer de cliënt om de dwang met zijn behandelaar te bespreken. Hij kan in dat gesprek hulp krijgen van de patiëntenvertrouwenspersoon. Wijs de cliënt op die mogelijkheid.
Probeer ook te begrijpen waarom de cliënt niet gedwongen wil eten en drinken. Is er misschien een behandeling waar de cliënt wel gemotiveerd voor is? Probeer die samen met de cliënt te vinden. De cliënt kan eventueel een andere behandelaar om een second opinion vragen.
Klachtencommissie
U kunt de cliënt wijzen op de mogelijkheid om een klacht in te dienen over de gedwongen voeding. Dit kan bij de leidinggevende van de behandelaar, de geneesheer-directeur of bij de klachtencommissie van het ziekenhuis (art 41 Wet Bopz). U moet cliënten wijzen op het bestaan van de klachtencommissie (art 40a Wet Bopz).
De klachtencommissie kan gedwongen vocht en voeding schorsen: de gedwongen behandeling stopt dan totdat de commissie een uitspraak doet. De commissie beslist of zo'n schorsing verantwoord is voor de gezondheid van de cliënt.
De patiëntenvertrouwenspersoon kan de cliënt helpen bij het indienen van een klacht. De cliënt heeft altijd recht op contact met de pvp, ook als de cliënt bijvoorbeeld gefixeerd is en zelf geen contact kan opnemen. In zo’n geval moeten de verpleegkundigen regelen dat de vertrouwenspersoon bij de cliënt langs komt.
