Wat betekent dit voor: cliënt familie professional
professional
Mag de instelling een cliënt dwingen om te eten en te drinken?
Een cliënt dwingen om te eten of te drinken is een heel ingrijpende maatregel. Dit mag in principe niet, tenzij er sprake is van gevaar. Zorgverleners moeten dwang altijd proberen te voorkomen.
Sondevoeding
Er kunnen allerlei redenen zijn waarom een cliënt niet wil eten of drinken. Bijvoorbeeld bij een psychose of anorexia nervosa. Wat de reden ook is, niet eten en drinken is slecht voor de gezondheid. Als het zo ver komt dat de gezondheid van de cliënt ernstig gevaar loopt, kan de cliënt onder dwang sondevoeding krijgen (Art 2e Besluit middelen en maatregelen). Met een slangetje door de neus naar de maag krijgt de cliënt dan vloeibaar voedsel.
Gevaar voor de gezondheid
Gedwongen vocht en voeding geven mag alleen als dit de enige manier is om het gevaar voor de gezondheid van de cliënt te stoppen. De behandelaar of een andere arts beslist of de cliënt gedwongen vocht of voeding krijgt. Meestal geven de verpleegkundigen of de behandelaar de sondevoeding. De behandelaar moet altijd eerst kijken of hij de cliënt op een andere manier kan helpen. Kan het echt niet anders? Dan kan gedwongen sondevoeding toegestaan zijn in deze situaties:
Bij acuut gevaar door een psychische ziekte
De gezondheid van uw cliënt loopt acuut gevaar omdat de cliënt niet eet of drinkt. Dit komt door een psychische ziekte. Deze situatie is nieuw, en is daarom nog niet in het behandelplan beschreven. Deze vorm van dwang valt in de Wet Bopz onder middelen en maatregelen (artikel 39) en is alleen mogelijk als de cliënt gedwongen is opgenomen met een inbewaringstelling (ibs) of een rechterlijke machtiging (rm).
Als dwangbehandeling
Gedwongen vocht en voeding kan een dwangbehandeling zijn. In het behandelplan moet staan in welke situatie de cliënt gedwongen voedsel mag krijgen. Bijvoorbeeld als de cliënt onder een bepaald gewicht komt. Deze vorm van dwang valt onder de Wet Bopz (artikel 38c) en mag alleen als de cliënt gedwongen is opgenomen met een ibs of een rm.
Bij ernstig nadeel voor de gezondheid
De gezondheid van de cliënt loopt ernstig gevaar omdat de cliënt niet eet of drinkt. Bijvoorbeeld bij een cliënt die in coma is. De behandelaar beslist of de cliënt onder dwang voeding krijgt. Hulpverleners brengen de sonde in bij de cliënt en geven hem daarmee voeding en vocht.
Deze vorm van dwang mag alleen als de cliënt te ziek is om hier zelf over te beslissen. De behandelaar vindt de cliënt dan terzake wilsonbekwaam. Hij moet dan iemand anders, zoals de wettelijk vertegenwoordiger of de familie, om toestemming vragen. Is er direct gevaar en is er geen tijd om een vertegenwoordiger te vragen? Dan mag hij de cliënt ook direct vocht en voeding geven. Dit mag alleen als het echt niet anders kan. Deze vorm van dwang valt onder de Wgbo (Art 7:466 BW).
Schriftelijke uitleg
Bij middelen en maatregelen of bij dwangbehandeling op grond van de wet Bopz, moet de behandelaar voor de cliënt op papier zetten waarom de cliënt gedwongen vocht of voeding krijgt (Art 40a Bopz). De cliënt heeft dan de mogelijkheid om de patiëntenvertrouwenspersoon of de klachtencommissie in te schakelen. De behandelaar informeert ook de geneesheer-directeur en de Inspectie voor Gezondheidszorg.
Bij dwang vanwege ernstig nadeel voor de gezondheid (Wgbo) is schriftelijke uitleg niet verplicht. De behandelaar hoeft het ook niet te melden bij de geneesheer-directeur en de inspectie. Soms staat in het instellingsprotocol dat deze vorm van dwang wel geregistreerd moet worden.
Goede zorg
Goede zorg wil zeggen dat hulpverleners de juiste beslissingen nemen in lastige situaties. Hulpverleners moeten altijd proberen om de cliënt zonder dwang in te laten zien dat eten en drinken noodzakelijk is. Maar in een acute noodsituatie kan dwang toch nodig zijn. Het is dan belangrijk dat hulpverleners hier heel zorgvuldig mee omgaan, met respect voor de wensen en gevoelens van de cliënt. Ook dat is een kwestie van goede zorg.
Klacht
Krijgt een cliënt onder dwang vocht en/of voeding en is hij het daar niet mee eens? Dan kan de cliënt contact opnemen met de patiëntenvertrouwenspersoon of een klacht indienen bij de klachtencommissie (Art 41 Bopz). Hij kan ook om een second opinion vragen.
