Wat betekent dit voor: cliënt familie professional
professional
Wanneer mogen hulpverleners cliënten onder dwang fixeren?
Fixeren onder dwang is heel ingrijpend. Hulpverleners zullen het daarom altijd proberen te voorkomen. In uitzonderlijke situaties is het toegestaan, en alleen als er echt geen andere oplossing is.
Alleen in uitzonderlijke situaties
Gedwongen fixatie mag alleen als er geen minder ingrijpende alternatieven zijn. Als het echt niet anders kan, is gedwongen fixatie in een aantal situaties toegestaan:
Bij acuut gevaar door een psychische ziekte
U mag een cliënt in een noodsituatie fixeren als hij acuut gevaarlijk is voor zichzelf of voor anderen. Het gevaar moet komen door een psychische ziekte. Het gevaar is zo acuut, dat er nog niets over in het behandelplan staat. De cliënt wordt bijvoorbeeld plotseling psychotisch en bedreigt een medecliënt of een hulpverlener. Of dreigt zichzelf te verwonden. Fixatie in zo'n noodsituatie valt onder middelen en maatregelen in de Wet Bopz (art 39 Wet Bopz) en mag alleen als de cliënt gedwongen is opgenomen met een inbewaringstellen (ibs) of een rechterlijke machtiging (rm). De behandelaar moet de gedwongen fixatie melden aan de wettelijke vertegenwoordiger van de cliënt en aan zijn naaste familie. Dit laatste gebeurt uit privacy overwegingen niet altijd.
Als dwangbehandeling
Fixatie als dwangbehandeling mag alleen als er gevaar is voor de cliënt zelf of voor anderen, of als de cliënt anders te lang opgenomen zou moeten blijven. Het gevaar moet komen door een psychische ziekte. Dat fixeren onderdeel van de behandeling is moet in het behandelplan staan. Het mag alleen als de cliënt gedwongen is opgenomen met een ibs of een rm. Ook hier gaat het om dwang op grond van de Bopz (art 38c Wet Bopz).
Bij ernstig nadeel voor de gezondheid
Er kan ook gevaar zijn voor de gezondheid van uw cliënt. Dit hoeft niets met een psychische ziekte te maken te hebben. Uw cliënt heeft bijvoorbeeld een infuus en omdat hij in de war is, trekt hij het infuus eruit. U maakt zijn handen vast, zodat hij niet aan zijn infuus kan komen. De behandelaar beslist of dit noodzakelijk is. Deze vorm van dwang mag alleen als uw cliënt te ziek is om over zijn eigen gezondheid te beslissen. De behandelaar moet de cliënt dan wilsonbekwaam verklaren. Hij moet iemand anders, zoals de wettelijk vertegenwoordiger of familie van uw cliënt, om toestemming vragen voor de behandeling. Het gaat hier om dwang op grond van de Wgbo (art 7:466 BW).
Is er direct gevaar en is er geen tijd om een vertegenwoordiger te vragen? Dan mag de behandelaar de cliënt ook direct fixeren. Dit mag alleen als het echt niet anders kan. Hij moet daarna wel altijd zo snel mogelijk de vertegenwoordiger of de familie alsnog informeren en toestemming vragen voor de behandeling.
Schriftelijke uitleg
Gebeurt de gedwongen fixatie op grond van de Bopz? Dus als dwangbehandeling of middelen en maatregelen? Dan informeert de behandelaar de geneesheer-directeur en de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Uw cliënt moet een papier krijgen waarop staat waarom de dwang nodig is en dat hij de patiëntenvertrouwenspersoon kan inschakelen en een klacht kan indienen bij de klachtencommissie. De geneesheer-directeur moet daarvoor zorgen (art 40a Wet Bopz).
Wordt de cliënt gefixeerd omdat zijn gezondheid anders ernstig in gevaar komt? Dan valt de dwang onder de WGBO en hoeft de cliënt deze informatie niet op papier te krijgen. Wel moet deze vorm van dwang in het behandelplan worden opgenomen. De behandelaar hoeft het niet te melden bij de geneesheer-directeur en de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Wel moet alles goed gemotiveerd worden in het behandelplan. In een instellingsprotocol kan wel staan dat deze vorm van dwang geregistreerd moet worden.
Goede zorg
Goede zorg wil zeggen dat hulpverleners de juiste beslissingen nemen als er problemen zijn. U maakt daarbij een afweging tussen de beste hulp voor uw cliënt en de veiligheid voor alle betrokkenen. Gedwongen fixatie is heel ingrijpend. Het moet dan ook een laatste optie zijn, als het echt niet anders kan. U moet dus altijd kijken of er andere, minder ingrijpende mogelijkheden zijn. Soms is dwang onvermijdelijk. Niet ingrijpen is dan geen optie. Pas de dwang dan zo zorgvuldig mogelijk toe en blijf rekening houden met de wensen van de cliënt.
Oneens
Is de cliënt het niet eens met de gedwongen fixatie? Blijf dan in gesprek met de cliënt. Probeer te kijken of er misschien andere mogelijkheden zijn. De cliënt kan contact opnemen met de patiëntenvertrouwenspersoon, de klachtencommissie (art 41 Wet Bopz) en de mogelijkheid om een second opinion te laten doen. In de wet staat dat u de cliënt op deze mogelijkheden moet wijze (art 40a Wet Bopz, zie ook Besluit patiëntenvertrouwenspersoon).
