Wat betekent dit voor: cliënt familie professional
professional
Mogen cliënten en anderen het behandelplan lezen?
Uw cliënt mag het behandelplan lezen en hoort ook een afschrift ervan te krijgen. Alleen als hij het goed begrijpt, kan hij beslissen of hij het er mee eens is. Anderen mogen het behandelplan alleen lezen met toestemming van de cliënt.
Cliënten hebben recht op privacy. Anderen mogen het behandelplan daarom alleen met toestemming van de cliënt lezen. Leden van het behandelteam mogen het behandelplan ook lezen zonder toestemming. Ook de wettelijk vertegenwoordiger mag het plan soms zonder toestemming lezen.
Familie, maar geen wettelijk vertegenwoordiger
Is degene die het behandelplan wil lezen wel familie van uw cliënt, maar geen wettelijk vertegenwoordiger? Dan mag hij het behandelplan lezen met toestemming van de cliënt. Het mag ook zonder de toestemming als er sprake is van een ‘wettelijk voorschrift’. Bijvoorbeeld als een cliënt een infectieziekte heeft waarvan het familielid op de hoogte moet zijn, omdat het anders schadelijk is voor de gezondheid. Maar het behandelplan moet dan wel alleen daarover informatie bevatten. De familie mag alleen die noodzakelijke informatie krijgen.
Wettelijk vertegenwoordiger
De mentor of curator van een cliënt mag het behandelplan altijd lezen. Hier is geen toestemming voor nodig van de cliënt.
Ouder of voogd van kind onder de 12 jaar
Is uw cliënt jonger dan 12 en is degene die het behandelplan wil lezen de voogd of heeft hij het ouderlijk gezag? Ook dan mag hij het behandelplan lezen.
Na overlijden
De privacy van cliënten is ook na hun dood beschermd. Familie mag het dossier alleen inzien als er (veronderstelde) toestemming is van de cliënt. Dus als men denkt dat de cliënt het goed had gevonden toen hij nog leefde.
Was degene die het dossier in wil zien de wettelijk vertegenwoordiger? Dan mag hij het behandelplan wel lezen.
Goed hulpverlenerschap
Het is dus steeds zo dat een ander het behandelplan alleen mag lezen als dat de privacy van uw cliënt niet schaadt en als de behandelaar vindt dat dit niet in strijd is met ‘goed hulpverlenerschap’. Dit geldt ook voor wettelijk vertegenwoordigers, inclusief de ouders.
