Hoe verloopt een rm-procedure?
De officier van justitie start een rm-procedure op verzoek van een arts of directbetrokkene. De rechter beslist over de rm.
Verzoek
De officier van justitie start de procedure voor een rm. In de wet staat welke betrokkenen hem kunnen vragen om dit te doen: ouders, echtgenoot, broers, zussen, opa, oma, kinderen, voogd, curator of mentor. De officier kan ook zelf een procedure starten.
In de praktijk is het vaak de behandelaar of de geneesheer-directeur die de officier vraagt om een procedure te starten.
Geneeskundige verklaring
De officier van justitie heeft een geneeskundige verklaring nodig. Deze verklaring moet recent genoeg zijn om informatie te geven over de huidige situatie. De verklaring mag daarom niet veel ouder zijn dan een paar dagen. Verder moet de verklaring gemaakt worden door een onafhankelijke psychiater of de geneesheer-directeur van een instelling met Bopz-erkenning. Deze arts onderzoekt de cliënt en beantwoordt de volgende vragen:
- Is er sprake van gevaar?
- Wordt het gevaar veroorzaakt door een stoornis van de geestesvermogens?
- Is een opname in een ziekenhuis de enige manier om het gevaar af te wenden?
De arts stelt de geneeskundige verklaring op als hij deze vragen met JA beantwoordt en als hij ziet dat de cliënt geen opname wil. Hij stuurt de verklaring naar de officier van justitie.
Officier van justitie
De officier van justitie bekijkt de geneeskundige verklaring. Als hij een opname ook nodig vindt, stuurt de papieren naar de rechter.
Rechter
De rechter komt met de cliënt praten. Hij beantwoordt daarbij dezelfde vragen als de psychiater. De cliënt krijgt een advocaat toegewezen. De rechter kan ook met mensen in de omgeving van de cliënt praten, zoals familieleden.
De rechter beslist of een rm nodig is. Zo ja, dan volgt opname in de instelling.
