Hoe kan een rm gestopt worden?
De cliënt kan aan zijn behandelaar vragen om de rm op te heffen. Als de behandelaar dat niet wil, kan de cliënt de geneesheer-directeur of de officier van justitie aanschrijven. Een laatste stap is cassatie.
Brief naar de geneesheer-directeur
De cliënt kan de geneesheer-directeur in een brief vragen of hij de rm wil stoppen. De cliënt kan in die brief bijvoorbeeld uitleggen waarom hij vindt dat er geen gevaar meer is. De patiëntenvertrouwenspersoon kan hierbij helpen.
De geneesheer-directeur moet binnen twee weken op de brief reageren. Hij laat weten of hij de rm stopt of niet. Ook schrijft hij waarom hij dat doet.
Brief naar de officier van justitie
De cliënt kan een brief sturen naar de officier van justitie als hij na twee weken geen reactie heeft gehad van de geneesheer-directeur of als deze de rm niet wil stoppen. De advocaat kan helpen met deze brief. De patiëntenvertrouwenspersoon helpt de cliënt om een advocaat te vinden.
De officier van justitie moet de brief normaal gesproken zo snel mogelijk doorsturen naar de rechter. Hij hoeft dat niet te doen als de cliënt in de afgelopen vier maanden al een vergelijkbare brief heeft gestuurd, terwijl de situatie nog hetzelfde is.
Rechter
De rechter heeft maximaal drie weken de tijd om een beslissing te nemen. Meestal komt de rechter met de cliënt en zijn advocaat praten.
Hoger beroep en cassatie
Hoger beroep bij een rm is niet mogelijk. De cliënt kan wel in cassatie gaan bij de Hoge Raad. De rechters van de Hoge Raad beoordelen of lagere rechters hun werk goed hebben gedaan. Zij controleren niet of de feiten kloppen. Zij kijken bijvoorbeeld niet of er wel echt gevaar dreigde toen de cliënt de rm kreeg. Deze rechters komen ook niet met de cliënt praten. Zij beoordelen het cassatieberoep aan de hand van de papieren.
De advocaat kan vertellen of de cliënt in cassatie kan gaan en wat het kost.
