Wat is een artikel 60-procedure?
Artikel 60 Wet Bopz beschermt de rechten van iemand die gedwongen opgenomen wordt.
Soms is een opname noodzakelijk om gevaarlijke situaties voor een persoon of diens omgeving te voorkomen. Bijvoorbeeld als iemand dement is en niet meer voor zichzelf kan zorgen. Dit kan ook gelden voor mensen met een verstandelijke handicap die niet buiten een instelling kunnen verblijven.
Vrijwillig of gedwongen
Het uitgangspunt is dat een cliënt het eens moet zijn met een opname in een instelling. Als de cliënt zich verzet, is het soms mogelijk om hem gedwongen op te laten nemen. Mensen met dementie of een verstandelijke beperking kunnen echter niet altijd zelf aangeven of ze het eens zijn met een opname of niet. In die situatie is een artikel 60-procedure mogelijk.
Bereidheid noch verzet
Het CIZ beoordeelt of opname of verblijf volgens artikel 60 noodzakelijk is. Dat is aan de orde als iemand met een verstandelijke beperking of dementie buiten
een instelling niet voor zichzelf kan zorgen.
Ook kijkt het CIZ of
degene om wie het gaat het eens is met opname of verblijf in een
instelling. Als die persoon dat niet zelf duidelijk kan maken, is
sprake van ‘bereidheid noch verzet’. Dan is artikel 60 Wet Bopz van
toepassing.
Rechten
De indicatiesteller van het CIZ neemt voorafgaand aan het onderzoek contact op met de cliënt of diens vertegenwoordiger en maakt een afspraak om bij de cliënt op bezoek te komen. De indicatiesteller legt tijdens het bezoek uit wat precies de bedoeling is. En hij vertelt wat de rechten van de cliënt zijn.
Bron: Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)