Wat betekent dit voor: cliënt familie professional
professional
Wanneer mogen hulpverleners gedwongen medicatie geven?
Gedwongen medicatie is een ingrijpende vorm van dwang. Daarom gelden er strenge regels voor. Die regels zijn er om cliënten én de mensen om hen heen te beschermen.
Situaties
In bepaalde situaties mag een cliënt dwangmedicatie krijgen. Maar alleen als er geen andere, minder ingrijpende oplossing mogelijk is.
Bij acuut gevaar door een stoornis van de geestesvermogens
Cliënten mogen gedwongen medicatie krijgen in een noodsituatie, als de cliënt acuut gevaarlijk is voor zichzelf of voor anderen. Dit gevaar komt door een 'stoornis van de geestesvermogens', zoals een dementie. Het gaat om een nieuwe situatie waarvoor nog niks is geregeld in het zorgleefplan van de cliënt. Maar het is nodig om direct in te grijpen. Uw cliënt wordt bijvoorbeeld heel boos of angstig en bedreigt een medecliënt of een zorgverlener. Of hij dreigt zichzelf te verwonden.
Dwangmedicatie mag in deze situatie alleen als uw cliënt gedwongen is opgenomen via artikel 60, of met een inbewaringstelling (ibs) of een rechterlijke machtiging (rm). Er is dan sprake van 'middelen en maatregelen' uit de Wet Bopz. De behandelaar moet aan de wettelijke vertegenwoordiger en/of de naaste familie melden dat de cliënt dwangmedicatie krijgt. Dit laatste gebeurt uit privacy-overwegingen niet altijd.
Als dwangbehandeling
Dwangbehandeling betekent dat een cliënt tegen zijn wil een behandeling krijgt die in het zorgleefplan staat. Dat kan gedwongen medicatie zijn. De behandelaar moet dan in het zorgleefplan schrijven waarom hij dat nodig vindt. Het mag alleen als er gevaar is voor uw cliënt zelf of voor anderen. Dit gevaar moet komen door een 'stoornis van de geestesvermogens'. Ook hier geldt dat de dwangmedicatie niet langer mag duren dan nodig en alleen mag als er echt geen minder ingrijpend alternatief is. Dwangmedicatie als dwangbehandeling valt onder de Wet Bopz.
Bij ernstig nadeel voor de eigen gezondheid
Het gevaar voor de eigen gezondheid kan een andere oorzaak hebben dan de dementie. Uw cliënt heeft bijvoorbeeld dringend medicijnen nodig, maar hij kan daar zelf niet over beslissen. De behandelaar neemt dan de beslissing. Deze vorm van dwang mag alleen als een cliënt te ziek is om zelf te beslissen. Zijn behandelaar verklaart hem dan wilsonbekwaam. Dit is dwang op grond van de WGBO.
De behandelaar moet iemand anders, zoals de wettelijk vertegenwoordiger van uw cliënt of zijn familie, om toestemming vragen. Is er direct gevaar en geen tijd om een vertegenwoordiger te vragen? Dan mag de behandelaar een cliënt ook direct medicatie geven. Dit mag alleen als het echt niet anders kan.
Melding
Uw cliënt of zijn vertegenwoordiger hoort een (schriftelijke) uitleg te krijgen waarom hij dwangmedicatie krijgt. Bij dwang op grond van de Bopz informeert de behandelaar ook de geneesheer-directeur, de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de wettelijk vertegenwoordiger of een naast familielid. Bij dwangmedicatie vanwege ernstig nadeel voor de gezondheid (WGBO) is schriftelijke uitleg niet verplicht. De behandelaar hoeft de dwangmedicatie dan ook niet te melden bij de geneesheer-directeur en de Inspectie voor de Gezondheidszorg.
