Wat betekent dit voor: cliënt familie professional
professional
Contact met mensen met dementie
Naarmate de dementie verergert, wordt het lastiger om met elkaar te praten. U kunt dan andere vormen van communicatie gebruiken om contact te houden met uw cliënt.
Praten
Voor veel mensen is praten de belangrijkste vorm van communicatie. Als uw cliënt u niet meer goed begrijpt, gaat u waarschijnlijk duidelijker spreken en bijvoorbeeld zinnen herhalen. Dit kan een tijdje helpen. Maar als de dementie verergert, zal uw cliënt u steeds minder goed begrijpen.
Lichaamstaal
Communicatie is belangrijk, juist ook als de dementie verergert. Als uw cliënt gesproken taal niet meer goed begrijpt, kunt u andere manieren van communiceren gebruiken. Bijvoorbeeld met uw ogen, uw houding, uw bewegingen en zelfs met uw ademhaling. Dit vraagt misschien wat oefening, maar het is belangrijk voor uw cliënt om zo goed mogelijk contact te blijven zoeken.
Bijkomende beperkingen
Het kan zijn dat uw cliënt meerdere beperkingen heeft, zoals slechthorendheid of een visuele beperking. Let hierop en regel eventueel hulpmiddelen, zoals een hoortoestel of een bril, waardoor de communicatie misschien weer wat beter verloopt.
Verwarring
Na verloop van tijd wordt de communicatie steeds lastiger. Dit is heel verwarrend voor uw cliënt. U begrijpt hem niet, en hij begrijpt u niet.
Niet begrepen worden is erg frustrerend. Uw cliënt kan hiervan prikkelbaar, agressief of angstig worden. Hij kan niet meer laten weten wat hij wil, of hij ergens last van heeft of welke dingen hij niet begrijpt. Hij kan niet zeggen dat hij pijn heeft of zich op een andere manier niet goed voelt. Blijf daarom altijd proberen om manieren te vinden waarop u wel kunt achterhalen wat er aan de hand is. Bij vergevorderde dementie wordt vooral belangrijk dat uw cliënt voelt dat hij niet alleen is. De familie kan hier een belangrijke rol in spelen. Zie Seniorenweb voor uitgebreide informatie hierover.
Gedragsproblemen
Communicatiestoornissen kunnen leiden tot psychische en emotionele klachten, waardoor gedragsproblemen kunnen ontstaan. Denk bijvoorbeeld aan eenzaamheid, verveling, angst, onrust, depressie, apathie, agressie, zelfverwonding en eetproblemen. Probeer deze problemen op tijd te herkennen en manieren te zoeken om de communicatie op gang te houden.
