Wat betekent dit voor: familie professional
familie
Ronddwalen
Mensen met geheugenproblemen kunnen een grote drang hebben om buiten rond te dwalen. Dat heeft risico’s, zeker als iemand erg in de war is. Hij kan verdwalen, een ongeluk veroorzaken of andere onverwachte dingen meemaken.
Bezorgd
Het is begrijpelijk dat u als directbetrokkene of verzorger heel bezorgd bent om het dwaalgedrag. Het is ook vermoeiend, omdat uw naaste voortdurend toezicht nodig heeft. Wat kunt u in deze situatie doen?
Niet opsluiten of vastbinden
Sluit uw naaste in ieder geval niet thuis op als u weg bent. Dat is wettelijk verboden, en het kan gevaarlijk zijn. De patiënt kan zich bijvoorbeeld verwonden als hij toch probeert naar buiten te gaan. Soms worden mensen met dementie voor hun veiligheid thuis in een stoel of bed vastgebonden. Ook dit is niet toegestaan.
Vastbinden en opsluiten zijn vrijheidsbeperkende maatregelen en zijn alleen toegestaan in een instelling met een Bopz-aanmerking. En ook daar alleen onder strikte voorwaarden. Ook professionele hulpverleners die een cliënt thuis verzorgen, mogen de cliënt niet vastbinden of opsluiten.
Adviezen
De patiëntenvereniging Alzheimer Nederland geeft een aantal adviezen over omgaan met dwaalgedrag:
- Vertel de buren, wijkagent en winkeliers in de omgeving wat er aan de hand is.
- Camoufleer buitendeuren met een spiegel, gordijn of scherm, of met het behang dat ook op de muur zit.
- Installeer een deuralarm (zoals winkels vaak hebben). Dan hoort u het direct als uw naaste naar buiten gaat.
- Maak het de patiënt lastiger om naar buiten te gaan. Bijvoorbeeld met sloten aan boven- of onderkant van de deur en een hek om de tuin.
- Probeer lawaai uit de omgeving te beperken. Vermijd bijvoorbeeld opzwepende muziek en gewelddadige tv-programma’s. Onrust in huis kan de patiënt stimuleren naar buiten te gaan.
- Hang jassen en sjaals uit zicht; zet laarzen e.d. in de kast.
- Probeer ervoor te zorgen dat de patiënt zich lichamelijk prettig voelt, bijvoorbeeld met regelmaat (maaltijden, toiletgang).
- Probeer spanning en onrust te vermijden.
- Probeer de patiënt af te leiden – ga bijvoorbeeld samen thee drinken of foto’s bekijken, of ga samen wandelen of een eindje rijden.
- Probeer een vrijwilliger te vinden die met de dementerende meeloopt als hij een erge loopdrang heeft.
- Laat de patiënt een S.O.S.-armband dragen met naam, adres, telefoonnummer, vermelding van de geheugenstoornis en andere belangrijke medische informatie.
- Vermeld het adres op de schoenen, tas, portefeuille of andere zaken die de patiënt altijd bij zich heeft.
- Bevestig reflectorbanden op jassen of laarzen, zodat de patiënt goed zichtbaar is in het donker.
- Noteer elke dag wat de patiënt aanheeft en let op zijn stemming.
- Probeer er achter te komen waar de patiënt meestal heen loopt. Denk bijvoorbeeld aan zijn vroegere werk of de plaats waar hij vroeger heeft gewoond. Als u veel met iemand wandelt, weet u welke wegen hij mijdt. En handig om te weten: rechtshandige mensen slaan op kruisingen meestal rechtsaf.
Bron: patiëntenvereniging Alzheimer Nederland. U vindt uitgebreidere informatie in een folder van Alzheimer Nederland (met deze link opent u een PDF-bestand).
Ook de Internationale Stichting Alzheimer Onderzoek geeft informatie over het omgaan met ronddwalen.
