Wat betekent dit voor: cliënt familie professional
familie
In welke situaties kan gedwongen fixatie toegestaan zijn?
Fixeren onder dwang is heel ingrijpend. Zorgverleners zullen het daarom altijd proberen te voorkomen. In uitzonderlijke situaties is het toegestaan, en alleen als er echt geen andere oplossing is.
Alleen in uitzonderlijke situaties
Gedwongen fixatie mag alleen als er geen minder ingrijpende alternatieven zijn. Als het echt niet anders kan, dan is gedwongen fixatie in een aantal situaties toegestaan. De overheid heeft met zorgverleners afgesproken dat fixatie in bed (met een zweedse band) in 2011 niet meer voorkomt.
Bij acuut gevaar door een 'stoornis van de geestesvermogens'
Hulpverleners mogen uw familielid in een noodsituatie fixeren als hij acuut gevaarlijk is voor zichzelf of voor anderen. Dit gevaar komt door een 'stoornis van de geestesvermogens', zoals dementie. De situatie is nieuw en staat nog niet in het zorgleefplan vermeld. Uw familielid wordt bijvoorbeeld heel boos of angstig en bedreigt een medecliënt of een hulpverlener. Of hij dreigt zichzelf te verwonden. Deze vorm van dwang valt onder middelen en maatregelen en mag alleen als uw familielid gedwongen is opgenomen via artikel 60 of met een inbewaringstelling (ibs) of een rechterlijke machtiging (rm). Fixeert zijn behandelaar hem tegen zijn wil, dan moet hij dat melden aan zijn vertegenwoordiger en aan zijn naaste familie. Dit laatste gebeurt uit privacy overwegingen niet altijd.
Als dwangbehandeling
Dwangbehandeling betekent dat uw familielid tegen zijn wil een behandeling of zorg krijgt. Fixatie kan een vorm van gedwongen zorg zijn. De behandelaar van uw familielid moet dan in het zorgleefplan schrijven waarom hij dit nodig vindt. Het mag alleen als er gevaar is voor uw familielid zelf, voor anderen óf als uw familielid anders te lang opgenomen zou moeten blijven. Dit laatste is uitzonderlijk bij mensen met dementie, maar het komt soms wel voor dat iemand na een (dwang)behandeling weer naar huis kan. Een dwangbehandeling is alleen mogelijk als uw familielid gedwongen is opgenomen via artikel 60, of met een inbewaringstelling (ibs) of een rechterlijke machtiging (rm).
Bij ernstig nadeel voor de gezondheid
Er kan ook gevaar zijn voor de eigen gezondheid van uw familielid. Dit hoeft niets met een stoornis van de geestesvermogens te maken te hebben. Uw familielid heeft bijvoorbeeld een infuus en omdat hij in de war is, trekt hij het infuus eruit. De verzorgende maakt zijn handen vast, zodat hij niet aan zijn infuus kan komen. De behandelaar beslist of dit noodzakelijk is. Deze vorm van dwang mag alleen als uw familielid te ziek is om over zijn eigen gezondheid te beslissen. De behandelaar van uw familielid moet hem dan wilsonbekwaam verklaren. De behandelaar moet dan iemand anders, zoals de vertegenwoordiger of familie van uw naaste, om toestemming vragen. Is er direct gevaar en is er geen tijd om een vertegenwoordiger te vragen? Dan mag de behandelaar uw familielid ook direct fixeren. Dit mag alleen als het echt niet anders kan.
Melding
Wordt uw familielid tegen zijn zin of tegen de zin van de vertegenwoordiger gefixeerd? Dan moet de behandelaar de fixatie melden bij de Bopz-arts en de Inspectie voor Gezondheidszorg. Dit is niet nodig als een ernstig nadeel is voor de gezondheid de reden is voor de fixatie.
Goede zorg
Goede zorg wil zeggen dat hulpverleners de juiste beslissingen nemen als er problemen zijn. Daarbij maken zij een afweging tussen de beste hulp voor uw familielid, en de veiligheid voor alle betrokkenen. Gedwongen fixatie is heel ingrijpend. Het moet dan ook een laatste optie zijn, als het echt niet anders kan. Hulpverleners moeten dus altijd kijken of er andere, minder ingrijpende mogelijkheden zijn.
Oneens
Bent u het niet eens met de gedwongen fixatie? Dan kunt u contact opnemen met de klachtencommissie. U kunt ook namens uw familielid een klacht indienen.
